Verhaal

Wijkverpleegster op het platteland

Wijkverpleegster op het platteland


Die mooie romantische kersttijd is weer voorbij en het jaar 1986 is al weer begonnen. Toch kan ik het niet nalaten om mijn herinneringen van het. jaar 1935, dus alweer 50 jaar geleden, te vertellen. Zo ook de volgende herinnering, die mij nog heel goed is bijgebleven. Wij waren in Rossum de enigen die thuis een kerstboom hadden, met kleine kaarsjes. Dat mocht in die tijd bij de katholieken nog niet, dat was heidenswerk. Maar wij hebben het er maar op gewaagd en zetten die kerstden precies voor het raam aan de straatkant, zodat de mensen, die naar de Nachtmis qingen, het goed konden zien. Ik zei tegen mijn zuster: "Morgen er vroeg uit, om half 5,dan moeten al onze kaarsjes branden". ín zo gebeurde het.
De eerste kerkgangers kwamen al voorbij. Wat was het een mooi gezicht in die nacht! Maar oh jee...nog geen minuut later stond onze den in lichter laaie. "Gauw, gauw, een emmer water halen", riep ik, terwijl ik aldoor maar schreeuwde: "Brand, brand". Maar de ene vlam stak de andere tak weer aan. Dit kon niet langer doorgaan. Wat moest ik? Ik pakte het pas gekochte nieuwe pluchen tafelkleed en gooide dat over de kerstboom heen, zodat de vlammen doofden. Een kamer met rook en stank bleef achter.
Die gesneuvelde kerstden hebben we met kleed en al- de voordeur uit in de sneeuw gegooid. Juist op dat moment kwamen er nog meer kerkgangers voorbij. Mijn zus en ik zeiden tegen elkaar: "Wat zullen we nu een commentaar krijgen; men zal wel zeggen: "Dat is nu de straf, ze wÍsten toch, dat zoiets nieL mocht"". Wij besloten er niet op te reageren. Misschien zouden die mensen volgend jaar ook wel een kerstboom hebben, net a1s wij. We begonnen maar met opruimen.

Acht jaar heeft het toen nog geduurd vóór hier en daar voor het raam een kerstboom stond, met echte elektrische kaarsjes.
Ook stonden ze voor of bij een boerderij. Het mooie nieuwe pluchen tafelkfeed hebben wij van de verzekering niet vergoed gekregen, maar daar kwamen wij wel overheen.
Een dag na Kerstmis was in onze wijk alles weet volop in beweging. Er waren drie bevallingen, dus onze parochie was weer drie parochiaantjes rijker.

Ik moest fl1nk doorwerken, wilde ik tegen de middag thuis zLJn, na mijn drie kraamvrouwtjes geholpen te hebben.
Toen ik thuis kwam, stonden er drie schooljongens die mij vroegen, of ik nieL even bij Trui wilde komen, die had zo'n pijn. Trui was een vaste patiënt, die haast nooit iets mankeerde, als ze maar even gerust gesteld werd' "Jongens" , zei !k, "na de middag kom ik wef even' Willen jullie dat haar even verteflen?" Dat zouden ze doen'
Ze kregen twee snoepjes elk; zuurtjes,steken, zoals ze dat noemden. De jongens ginqen giechelend de deur uit'
's Middags ging ik even naar Trui om te vragen waar die pijn dit keer weer zat. Ik was nog maar net over de drempel van de deur of Ik zag meteen hoe ziek ze was.
Ze zaL achter drie dikke sneden brood met spek en met een grote mok melk erbij. Had ik het niet gedacht, weer loos afarm. "Trui, gezond ben je wel, dat zie ik. Meer woar zit dee pienlike plek, Trui?" "0, zuster, t is good da'j kómn zeent. Ik heb weer pien in de linker zied. Meer ik weet zólf nich, of t mie in de rechter zied ok zeer dót". "Trui, daar zal ik jou eens gauw afhelpn",zei Ik en deed haar een flanellen doek om haar buik' Ze riep a1 direkt.: "Zuster, t is a oaver". Nu wj-st ik genoeg,het was weer de oude zlekte (anstelIeritis)' Voor zo iets moest ik wel komen, dat was mi-jn plicht, Maar nu ik het. erg druk had in mijn wijk, moest er een andere oplossing komen. Zo bedacht ik een smoesje en zei: "Trui,
ik heb het erg druk en ik voel mij ook niet lekker"' "0h goj, oh goj, zuster, wat heb ie dan toch?"
"Dat za'k oe zegn, Trui; ik heb zo'n kopzeert, ik kan van liefzeert nich zitn zoo he'k t in de been". "0, zuster, ik heur t wal, goat gauw noar hoes, iei hebt t ja vól slimmer as ik, kroept gauw in t ber". Zo ging ik weer en kon ik die komende dagen aandacht besteden aan mijn patiënten.
De week erop ging ik dadelijk even naar Trui om te kijken hoe het met haar was. Ik was nog niet binnen of ze riep a1: "Ik har t doadelik wal a j-n de gaatn, da'i slim kraank warn, t ber hef oe wal good doan". Truj- at we1 gewoon haar brood met spek en de pijn was ovet.
Toen ik naar huis ging, riep ze mij nog na: "Zustet,iej rnóL.b nich magerder wórdn".

Toen Ík weer thuis was, vertelde ik mijn zuster, dat Trui vond, dat ik er zo mager uit zag. ,,Zeg, jij moet nog dikker worden, dat is geen gezicht. Sinds wanneer ben je ziek?", zei mijn zus. "Dan moet ik maar meer afslanken", zei :ik, "en moet ik niet zoveel krentewegplakken meer eten". Maar de gelegenheid maakte zo vaak de dief,
Ik was erg gelukkig, dat ik mijn werk op voIle toeren kon doen. Dit waren weer een paar korte verhalen uit het jaar 1935 en het is net of ik dit alles dezer dagen nog weer meeqemaakt heb.
E. Bos-Hermelink.

Reacties

afbeelding van Mary Fowler-Beekman
Wat erg leuk om te lezen, mag wel meer herinneringen zo schrijven.