Verhaal

Weerselo en zijn spoorlijn deel 1

Auteur: 
L.Blenke in Oet de Boerschopn nr.25 lente 1988

WEERSEL0 EN ZIJN SPOORLIJN (1)

 

Toen omstreeks 1845 de ontwikkeling van ons spoorweqnet in eerste fase verkeerde, kwamen er vele spoorwegplannen boven tafel; het zag er eerst naar uit, dat de gemeente Weerselo niet door een spoorlijn doorsneden zou worden. In het jaar 1853 vroeg de heer E. Dull uit. Almelo een concessie aan voor een spoorlijn van Harlingen-Zwolle naar Rheine (BRD); Rheine had in 1851 al een spoorverbinding met Keulen en Hannover en in 1855 werd een spoorverbinding tussen Rheine en de havenstad Emden tot stand gebracht. Maar terug in eigen land: er waren zo veel spoorplannen op tafel gelegd, dat het Ministerie in die dagen erover struikelde en ten val kwam. In april 1860 kwam het Ministerie van Hall-Heemskerk met nieuwe doelmatige spoorwegplannen, die door de Staat zouden worden uitgevoerd; maar Almelo en 0fdenzaal vielen buiten dle plannen.

Daarom besloten enige Twentse fabrikanten o.a. G. en H. Salomonson, H.P. Gelderman, C.H. Stork een spoorwegmaatschappij op te richten; met steun van enige steden o.a. ook Oldenzaal vond dit plaats op 17 mei 1862 te Amsterdam. Als raadslieden traden op E.J.H. DulI, geboren te Almelo en de heer Lüteken, geboren te Rheine. Het plan nam zeer snel vaste vorm aan; er werden aandelen uitgegeven en de gemeenten Oldenzaal en Almelo, en de regering tekenden ook bij voor een aandeel.De zaak werd groots aangepakt; men kocht grond aan vooreen dubbele spoorlijn, maar eerst werd slechts één lijn aangelegd. Het duurde tot 1912, voordat de spoorlijn Almelo-Salzbergen dubbelsporig werd.In 1863 werd na Pinksteren bij Oldenzaal nabij de "Koppelberg" begonnen met het werk; het traject Almelo-Salzbergen zou 55,5 km lang worden.

Er moesten 37 wachtposten gebouwd worden, deels van steen, maar er kwamen ook houten gebouwen; ze waren onderling verbonden mel een telegraaflijn.

In de gemeente Weersefo kwamen 4 stenen wachtposten te staan (tevens dienstdoend als woonruimte);

wachtpost 22 stond bij de spoorwegovergang Pallastweq (nabij het Lonnekermeer);

wachtpost 23 stond bij de overweg in de weg Enschede-Deurningen, thans Vliegveldstraat;

wachtpost 24 stond ter hoogte van het "Oosterveld", juist in de flauwe bocht van de spoorlijn;

wachtpost 25 stond ter hoogte van het boerenerve "Kellert", thans bewoond door de familie

Blenke (ondergetekende).

wachtpost 24 werd opqenomen in het treindienstschema en kreeg de naam W.p.24 (post. Deurningen).

Mogelijk rijst de vraag: "waarom die nummers?”.

Die nummers dienden ter oriëntatie van het treinpersoneel;men was bij Almelo begonnen met nummer 1.De nummers waren groot geschilderd op de eindgevels van wachtposten (zwart-wit); elders in hel land werd dat later ook zo. in 1861 is de bouw aan de spoorlijn in volle gang; 1800 man zijn ingezet;15 bruggen waren a] gebouwd over diverse waterlopen (beken), terwijl kleine waterlopen werden voorzien van gemetselde duikers.

Tegen de werving van de grond voor de aanleg van de spoorlijn kwamen in de Lutle en Zenderen enkele grondeigenaren in verzet, maar ze gingen toch overstag. Anders was dat in Deurnlngen; daar stuitte men op hevig verzet nl. bij het erve 'Beuvink", dat al in het SchatIingsregister van 1475 genoemd wordt ( "Boving" ). Albertus Egberink op Beuvink heeft zich hevig verzet; zijn erf zou totaal doorsneden worden door de spoorlijn. Mijn grootvader G.J. Blenke (✞1942)) wist nog te vertellen dat het grondwerk aan weerszijden al klaar was, maar op de grond van het erve Beuvink nog niets gebeurd was. Het geschil liep zo hoog, dat de heren Salomonson en Gelderman zich persoonlijk naar het erve Beuvink begaven om Albertus Egberink op Beuvink toch tot inkeer te brengen,wat dan ook lukte. Hij kreeg hiermee een bijnaam, nl. de"baron van Beuvink”.

Intussen vordert het werk gestaag. 0p 13 mei 1865 komt minister Thorbecke naar Almelo om de eerste steen te leggen van het stationsgebouw. Salomonson ontvangt het gezelschap in zijn villa "Bella Vista", die aan de weg naar Wierden stond en in de jaren zestig moest worden afgebroken in verband met de tunnelaanleg.

Op 27 september 1865 wordt de spoorlijn feestelijk geopend:om negen uur vertrekt de trein uit Almelo met aan boord vele prominente gasten o.a. minister Thorbecke, minister Kremer en de Commissaris der Koningin van Bijlandt; van Duitse zijde zijn aanwezig minister Freiherr van Hamerstein, Herr von Hohenburg en de Erfprins von Bentheim;  aankomst te Bentheim 11.42 uur daarna diner in het Kurhaus. Zowel in Bentheim als in Almelo waren vele mensen tezamen gestroomd om het technische wonder te aanschouwen. De aangelegde spoorlijn kreeg meest. goederentreinen te verwerken o.a. met kolen uit Ibbenbüren, stenen uit Gildehaus, maar geleidelijk ook personenvervoer.

 

L . Blenke.

Reacties