Verhaal

Water-en windmolens in Gammelke en Deurningen

Auteur: 
H.J.Schuit in Oet de Boerschopn nr.23 Herfst 1987

WATER- EN WINDMOLENS IN GAMMELKE EN DEURNINGEN

 

Komende van Deurningen en rijdende op de Deurningerstraat richting Weerselo zien we na enige tijd, nagenoeg op de grens van de oude marken Gammelke en Deurningen, aan de rechter zijde van de straat een parkeerplaats. Deze is ontstaan, toen de oude smalle Deurningerstraat,die zich letterlijk van Hengelo via Deurningen naar Weerselo door het landschap slingerde, werd gereconstrueerd. Een paar stukken van de oorspronkelijke weg vormen nu parkeerplaatsen. Eén daarvan is de hierboven genoemde. Van rechts komt de Gammelkerbeek, die vlak voor de parkeerplaats uitmondt in een grote kolk (zandvang). Daarna stroomt ze een tiental meters evenwíjdig aan de parkeerplaats om vervolgens in een duiker onder de grote straat te verdwijnen, waarna ze aan de andere kant van de weg haar stroom vervolgt richting Dulder. Dicht bij de parkeerplaats ligt een aardige boerderij,waarvan de voorgevel schuin op de straat is gericht. Deze boerderij wordt bewoond door mevrouw Kiphardt. Tussen de kolk en de duiker heeft eens een watermolen gestaan. Volgens een oude bewoner van deze buurt zitten de eikenhouten fundaties van de molen nog in de grond. 0p een oude kadasterkaart uit de vorige eeuw zien we, dat dit gebied uit veel water en moeras bestaat (zie tekening).

De geschiedenis van de molen is moeilijk te achterhalen. Zoals gewoonlijk zijn weinig schriftelijke overleveringente vinden. Enige notariéle documenten vertellen ons toch nog iets. In een document van 31 mei 1839 lezen we, dat HendrikaKrenken, weduwe van Hendrikus Krenken (in leven molenaar)en wonende in de buurtschap Gammelke, tot haar algemeen erfgenaam benoemt haar neef Johannes Hermannus Kiphardt, korenmofenaar, eveneens wonende in de buurtschap Gammelke. Aangezien de heer Krenken ook molenaar was mag verondersteldworden, dat er een zakelijke relatie bestond tussen oom en neef. Op 25 juli 1839 wordt op verzoek van de familie Penninkeen publieke verkoop gehouden van een groot aantal goederen, behorende tot het erve Groothuis, gelgen in de buurtschap Gammelke. Het geheel was in 13 kavels of percelen opgedeeld. Het tiende perceel was als volgt omschreven:

Tiende Perceel .

Een Water-KoornmoLen met het volle regt over de waterleiding, zoo en in dier voege als hetzefve door de eigenarenverkopers is en wordt uitgeoefend, op den kadastralen legger bekend onder sektle L no. 759 en gemeten op een en tachtig ellen. Hierbij behoort:

- Huis en erf no. 754 groot roeden en zestig ellen

(het aantal roeden niet ingevuld)

- No. 157 Boschgrond geheel groot 1-bunder, negentien

roeden veertig ellen

- No. 757 Boschgrond groot 65 roeden en zestig ellen

- No. 753 Water groot acht roeden

- No. 158 Water groot acht roeden

- No. 162 Water groot elf roeden tien ellen

- No. 168 Vlater groot acht roeden tachtig eJlen

- No. 61 Moeras groot 37 roeden 90 ellen

- No. 165 Hakhout groot 17 roeden

- No. 169 Bouwland groot 51 roeden 80 ellen

- No. 163 Bouwland groot 23 roeden 80 ellen

- No. 150 Hooiland groot 77 roeden 20 ellen

- No. 155 Weiland groot 13 roeden 60 ellen

- No. 160 Weiland groot I roeden 30 ellen

- No. 161 Weiland groot 4 roeden 30 ellen

- No. 166 Weiland groot 2 roeden 30 ellen

- No. 167 Weiland groot 21 roeden 70 ellen

- No. 164 híater groot 11 roeden 10 ellen

Een en ander tot dit perceeJ behorende en 1n pacht en gebruik bij de Weduwe Krenken; en bij dit perceel behoort ook het Erfmarkenregterschap. Johannes Hermannus Kiphardt werd eigenaar van dit tiende perceel, maar eveneens van perceel no. twee, vijf,zes, negen, elf en twaalf.

0p 2 november 1885 worden genoemd in een ander document Susanne Maria Pelster, weduwe van Johannes KipHardt en Johannes Hendrikus Kiphardt (landbouwer), wonende op het Boerenerve “De Gammelker watermulder' te Gammelke. Dit erf is op de tekening aangegeven met "Molenaar" en is hoogstwaarschijnlijk de boerderij, die nu nog bewoond wordt door mevrouw Kiphardt (weduwe).De molenaar Kiphardt is in het voorjaar van 1866 gestorven. Hij was de laatste molenaar van de watermolen. De molen geraakte daarna snel in verval en is in 1870 gesloopt.

Op de parkeerplaats komt uit de Beldhuismolenweg. Deze weg is genoemd naar een windkorenmolen, die iets verderop op een lichte verhoging gestaan heeft. Deze molen was deels uit steen en deels uit hout opgetrokken. Van de molen is niets overgebleven. Tot voor enige jaren stond op de plaats waar ook de molen gestaan heeft een huis (boerderij), waarvan de architectuur ontwents aandeed. Toen dit huis werd afgebroken, kwam een grote gemetselde stenen oven vrij waarschijnijk is in dit huis een bakkerij gevestigd geweest. 0p de plaats van het oude huis staat nu een moderne woning. Een gevelsteen, voorstellende een molen, die eens de molen ver fraaid zal hebben, is nu boven de houten deuren van de nieuwe woning ingemetseld.

Volgens de laatste eigenaar J.A. Beldhuis te Deurningen werd de korenwindmolen in het jaar 1776 gebouwd door Duitse molenbouwers. In zijn molen zat een eikenhouten balk, waarin het jaartal 1776 was gebeiteld.

Ook van de geschiedenis van deze molen is niets terug te vinden. In 1857 staat Johannes Beldhuis, molenaar wonende in de buurtschap Deurningen, a1s eigenaar van deze molen vermeld.

Tot zover deze molens uit Gammelke en Deurningen.

 

H.J.Schuit

Reacties