Verhaal

Water-en windmolens in de (oude)gemeente Weerselo

Auteur: 
H.J.Schuit in Oet de Boerschopn nr.24 winter 1987

WATER- EN WINDM0LENS IN DE GEMEENTE WEERSEL0

 

Een windmolen heeft destijds gestaan op de grens van de marken Volthe en Rossum. De laatste eigenaar van deze molen was G.J. Sanderink, landbouwer, wonende te Volthe. Van deze molen is niets terug te vinden. Zelfs de molenbelt, waarop de molen gestaan heeft., is afgegraven. In een oud document uit 1798 is sprake van de oprichting van een windkorenmolen in Rossum. Mogelijk gaat het om deze molen. 0p een fot.o uit 1928 staat de molen afgebeeld. Ze was rond van vorm en geheel uit steen opgetrokken en van een rieten dak voorzien. De molen is in 1932 afgebroken.

De molens moesten regelmatig onderhouden worden. Meestal werd dit karwei door een timmerman gedaan; de molenaar stelde een lijst van voorwaarden op, waaraan voldaan moest worden. Gegadigden konden dan aan de hand van deze lijst hun kosten bepalen en op het karwei inschrijven. 0m u een indruk te geven van de uitgebreide voorwaarden waaraan de betrokken aannemer zich te houden had, volgt

hieronder een conditielijst uit 1821:

CONDITIËN

1.Het zal bestaan in staande en gaande werk, zoowel in

staat, ijzer, steenen, hout en touwwerk en hetgeen

verder daartoe noodig is.

2.Zodra er een pelsteen mogt noodig zijn, zaf er geenen

anderen dan een Engelschen mogen genomen worden. Zoo

er die te bekomen zijn.

3.De pelmole moet ieder vrerendeel jaars scherp gemaakt

worden, als wanneer er ook ieder keer zes nieuwe scherpe

Engelsche blikken ingebragt worden.

4. Het achtkante werk onder om de mole moet half gekleed

worden met droge eiken planken. Zonder spin en vijf

kwartier dik, dit zelve moet binnen den tijd van één

jaar geschieden en terstond daarna in dezelfde verf

gebragt worden, als hetzelve thans is. Op dezelfde

wijze zaL zulks ook moeten geschieden net het bovenste

of andere helft, hetwelk echter vooreerst nog

kan blijven zitten.

5. De maalsteen moet niet dunner afgemeten worden als

op tien duim ondermaat.

6. Zoo aan de mole eene grote reparatie mogt komen, dan

moet dezelve niet langer behoeven stil te staan als

drie weken, indien zulks mogelijk is. Wanneer dezelve

na dien tijd niet in orde is gebracht, dan zal de molenaar schadevergoeding kunnen eischen, naar billijkheid en tot zijn genoegen.

7.De molenberg opkasten of verhogen, palen in de berg,

glind om denzelven, is mede ten laste van den aannemer.

8.De billen of het aanzetten derzelve, zal ten laste van

den aannemer zijn. Die deze te Oldenzaal moet Laten

maken, of repareren.

9. De zeilen en smeer zijn en blijven ten laste van den

molenaar.

10. ongelukken van brand en donderweer, blijven ten laste van de eigenaren, alsmede van buitengewoon hevig stormweder,indien onverhoopt de molen daardoor zwaar mogt

beschadigd worden.

11. Na verloop van 15 jaaren die nu worden uitbesteed, moet de mole zich in staat bevinden waarin dezelve thans is.

12.Ook het huisje of de stal bij de mole moet door den aannemer onderhouden worden in dien staat waarin hetzelve zich thans bevind.

13 - Deze aanbesteding zal beginnen met den eersten November 1821 en eindigend den eersten November 1936.

14. De aannemer zal ten genoegen van de eigenaren verplicht zijn, twee goede borgen te stellen, binnen den tijd van veertien dagen, tot nakoming van dit contract.

15. Alle jaar zal den aannemer, nadat de vervaldag heeft plaats gehad, binnen de tijd van veertien dagen of eene maand,zijne jaarlijkse som van aanbesteding voldaan worden.

16 - De eigenaren van de mole houden vier en twintig uuren

beraad om de aannemer te bedanken of geluk te wenschen.

 

Tot zover de inhoud van deze oude conditielijst.

 

In oude stukken van de gemeente Weerselo vinden we een verslag van een vergadering van Burgemeester en Wethouders van deze gemeente, die gehouden werd op 3 april 1866. Ter tafel werd gebracht onder anderen een request van de Heere Clemens Graaf zu Droste zu vischering te Darfeld, Koninkrijk Pruisen, nopens het stichten van een watermolen op het kadastraaf perceel B nr. 1960.

De Graaf had in de buurtschap Saasveld veel bezittingen,waaronder boerderijen, bossen en uitgestrekte landerijen. De waterafvoer op deze laaggelegen en drassige gronden liet in die tijd veel te wensen over. Het was noodzakelijk, dat wat aan de waterhuishouding gedaan werd. Door middel van de watermolen wilde de Graaf het overtollige water via een beek laten afvloeien.Voor het bouwen van een watermolen was de toestemming van de gemeenteraad van Weerselo nodig. Laatstgenoemde ráad hoorde de bezwaren tegen de watermolen van de omwonende boeren aan. Deze waren echter gering, zodat de toestemming werd verleend, en de molen kwam nog in datzelfde jaar gereed. De molen was op een stenen fundatie geplaatst en verder geheel uit hout opget.rokken. De molen heeft vrij lang haar taak verricht, nl. van 1866 tol 1916, dus 50 jaar en dat is jaar een lange tijd. In het 1920 is de watermolen gesloopt. 0p de kadastrale kaart uit 1875 is de molen te vinden. Ze heeft ruim 100 meter ten westen van een weg, thans Huupoolweg, in de buurtschap Saasveld gestaan. 0p genoemde kadastrale kaart staat nog een watermolen aangegeven nabij het erve Reeschot te Saasveld. van deze molen is niet meer bekend dan dat zi j vóór de eerste wereldoorrol ( 1914-1918) is afgebroken.

Slechts één molen is in onze gemeente bewaard gebleven, en wel de "Saoseler MóI" . Balans opmakende van de molens, waarvan we zeker weten,dat ze eens in onze gemeente gestaan hebben, komen we tot de volgende opsomming:

1. Stift watermolen, Bellinckhofweg Weerselo

2. Stift windmolen, idem

3. windmolen "De Belt". in de kom van Weerselo

4. windmolen "Saoseler Möl-", Saasveld

5. watermolen, parkeerplaats Deurningerstraat Gammelke

6. windmolen, Beldhuismolenweg Deurningen

7. wlndmolen, grens Rossum-Volthe

8. watermolen, landgoed Saasveld

9. watermoJen, nabij erve Reeschot Saasveld.

 

 

Bronnen:

1. Rijksarchief te Zwolle

2. Gemeente-archief van Weersefo

3. Notities van Henk Kollen

 

H. J. Schuit.

Reacties