Verhaal

Truus Voorpostel: wat was ik kwaad!

Auteur: 
Maria Löbker-Ribbert 12 juni 2019

Truus werd geboren op 13 april 1936 als dochter van Johannes Frederikus Ossenvoort en Maria Johanna Susanna Grunder. Haar vader werd geboren in Ootmarsum en begon in Rossum een café. In het begin was het erg armoedig met maar 1 tafel en een stoel. Hij trouwde op 23 mei 1928. Ze kregen 3 kinderen: 2 meisjes en 1 jongen en Truus was de jongste. Zij was 4 jaar toen de oorlog uitbrak en werd door haar ouders altijd gewaarschuwd voor de Duitsers. De Duitsers hebben ook het café in beslag genomen. Toen de oorlog voorbij was en de Duitsers wegvluchten nam Truus wraak.

Rossum 22 mei 2019

Duitsers in het café

De Duitsers namen bezit van ons café. Daar werden de voorraden geplaatst. We hadden zelf geen Duitsers in huis. Deze zaten in de school en kleuterschool. Het café kon niet meer gebruikt worden, de deur naar ons woongedeelte werd dichtgespijkerd. Ons werd gezegd dat we daar niet mochten komen. We hadden de keuken en een kamertje over. Boven waren wat slaapkamers. Vader was schoenmaker om een beetje de kost te kunnen verdienen, hij maakte paardetuig, leer over de klompen en allerlei spul voor de boeren. Dit deed hij in het kamertje naast de keuken.

Duitse officieren

Vader moest ook de laarzen maken voor de Duitse officieren. Wanneer ze klaar waren mochten wij ze terugbrengen. We kregen dan chocolade. Ik kan me niet herinneren dat vader er geld voor kreeg. Volgens mij kreeg hij opdracht dat te doen en dat had je uit te voeren.

School

We konden niet naar school omdat de kleuterschool en de lagere school gevorderd waren door de Duitsers.We hadden alle vrijheid om te spelen en ondeugend te zijn. Van de oorlog op zich merkten we niets. We hebben gewoon enkele jaren school gemist.

Angstig

We werden door onze ouders gewaarschuwd voor de Duitsers, het was immers de vijand en die kon je niet vertrouwen. Je kreeg wel steeds mee: gaan de Duitsers de oorlog winnen? Mijn ouders hielden vol: de Duitsers winnen de oorlog niet. We waren ook bang dat ze echt zouden gaan schieten. De zoeklichten waren ook angstig. Je was bang dat de Duitsers alles zouden gaan veroveren. En als je ouders bang zijn ben jij ook bang.

Bom

Op een keer is er een bom rakelings langs een boerderij ingeslagen. Er was een groot gat ontstaan. We zijn er naar toe geweest om te kijken. Later werd het wel rustig en hoorden we af en toe handgranaten. Er is niemand omgekomen.

Jan Vos

Wel zijn Bossink van de melkfabriek en Jan Vos opgepakt. Bossink kwam terug. Jan Vos niet. Op een bepaald moment aan het einde van de oorlog kwam er bericht dat Jan Vos leefde. We hebben als buurt het huis versierd met groen. Maar het bleek een vals bericht te zijn. Jan was in Duitsland overleden. Er is een graf van Jan Vos op het kerkhof en hij wordt jaarlijks herdacht.

Louis Vos

Na dat bericht gebeurde er een ongeluk bij boerderij Elderink. Daar waren Engelsen die hun geweer aan het schoonmaken waren. Er ging een geweer per ongeluk af en Louis Vos werd door zijn been geschoten. Hij moest een been missen. Vooral het eerste jaar kon hij niet lopen. Hij zat in een bolderkar en wij namen hem overal mee naar toe. De kinderen van de Kerkewei waren een kliek die opkwamen voor elkaar.

De fiets

Het einde van de oorlog naderde en de Duitsers wilden weg. De Duitsers wisten dat we een  fiets hadden en die hebben we bij buurman Helthuis in de schuur gezet. Ze kwamen de fiets ophalen. We zeiden natuurlijk dat we geen fiets hadden. Opeens was daar een fluittoon en stormden er allemaal Duitse soldaten met geweren op ons huis af. Het huis werd omsingeld en doorzocht. Vader vluchtte naar boven onder een bed waar hij nauwelijks onder paste. Wij moesten mee helpen zoeken wat we niet wilden. De buurman kwam kijken en nam ons mee. Later hoorden we schieten en we dachten dat vader niet meer zou leven. Toen het rustiger werd gingen we weer naar huis en was vader er nog. We hebben toen kaarsen aangestoken en gebeden dat we nog bij elkaar waren gebleven.

De bevrijding

Toen we in de gaten hadden dat de Engelsen ons kwamen bevrijden gingen we binnendoor naar de Denekamperstraat. Onderweg zagen we nog wegvluchtende Duitse soldaten die via binnenweggetjes naar Duitsland probeerden te komen. Ook werd er nog geschoten. Vader was nog erg boos op de Duitsers. De Engelsen probeerden chocolade te ruilen voor eieren. Maar die hadden we niet bij ons. We kregen wel chocolade.

Vertrek uit café

De Duitsers gingen weg uit Rossum maar hun voorraad moest natuurlijk mee. Dat werd in een vrachtauto geladen. Vader had ondertussen de schuifdeur weer opengemaakt. Iedere keer als de Duitsers met iets naar buiten liepen, ging ik het café binnen om spullen van de Duitsers in mijn schort te stoppen en bracht die naar onze keuken. Mijn moeder merkte dit en vond het natuurlijk niet goed. Maar ik was zo kwaad op wat de Duitsers ons hadden aangedaan dat ik er mee doorging. Het was jatten maar ik kon niet anders. Het eerste waren appels daarna waxinelichtjes, toiletpapier. Daarna dachten we dat ons café weer vrij was om te gebruiken als café.

School

Maar het café werd eerst nog gebruikt als school omdat het schoolgebouw dat was bezet door de Duitsers weer hersteld moest worden zodat het weer kon functioneren als school. Zo was er ook een tijdelijke school in Volthe waar een winkel was met een café. Ik kreeg dus les in eigen huis. Af en toe moest ik naar achteren om te vragen hoe laat het was.  Ook de kleuterschool moest weer in orde worden gemaakt. Het onderwijzend personeel was nog hetzelfde. Toen iedereen weer gewoon naar school ging werd het dagelijkse leven weer een beetje normaal en ging alles weer door.

Bord

Dit bord heeft voor de oorlog al in het café gehangen. Vader ging naar veilingen om spullen te kopen voor het café en hij kwam hiermee terug. Tijdens de oorlog is het eruit gehaald en na de oorlog  met trots weer teruggehangen. Het moet een bord zijn van na de eerste Wereldoorlog.

 

Heemkunde oalde gemeente Weersel

Maria Löbker-Ribbert

12 juni 2019

Reacties