Verhaal

Het erve Wolbert te Lemselo deel 1

Auteur: 
Bert Wolbert uit Oet de Boerschopn 1984 nr.4

Het erve WOLBERT is al eeuwen lang bekend in de voormalige marke Lemselo, op de plek waar momenteel aan de Wo1bertdijk noq de boerderij Wolbert is gelegen. Enkele honderden meters verderop lag het erve 0UDE WOLBERT, dat voor ruim 100 jaar is afgebroken.(zie kaart A)

De oudste geschreven geschiedenis van het erve Wolbert dateert van 25 rovember l335. (zie afgedrukte akte) Uit dat jaar-1335 Is een akte bewaard gebleven waarin graaf Symon van Benthem bekend maakt dat hij aan zijn borgman Arnold van Sconenvelde heeft geschonken het huís WOLBERTIC in de marke te Lemselo, kerspel Aldenzale, om te gebruiken voor zich of wien hij het nalaat of verkoopt als een vrij eigen, in ruil tegen lret huis Longherinc te 0verbentlaghe in kerspel Rene(Rheine,West Duitsland),dit tot den zelfden reqte als Wolbertinc.

Enkele maanden later, op 20 januari 1336 verkoopt deze borgman het huis Wolbertinc aan Geert van Dulre en Lambert den Stengere met de vijf luden(horige bewoners) erbij , voor 81 Brabantse penningen .

In het dagboek van Gerhardus van Beverfoorde staat in l3B5 geschreven dat Heyno van Sudena in leen heeft een erf van de bisschop Flor1s van Wevelinkhoven(bisdom Utrecht 1379-1393). Dit erf wordt genoemd WALBERTINC en is gelegen in de buurtschap Lemselo. 0p 17 maart l430 wordt door Gerlich Nijehues en Geze zijn vrouw de helft van heL goed Wolbertinc in de buurtschap Lemselo in erfkoop verkocht aan Everd ter Scuren. Vier jaar ]ater op 28 juli verkoopt Everd ter Scuren de erfbrief over het erve Wolbertinc aan Johannes Wolkaten. Men moet bedenken dat qenoemde personen alleen eigenaar waren, als bewoners fungeerden z.g. horiqen, meestal gezinnen met rechten en plichten t.o.v. het erve. Zij konden met het goed verkocht worden. (zie akte 1336)

Voor de geschiedenis van het erve WOLBERT vindt er op 26 januari 1440 een belangrijke gebeurtenis plaats. De andere helft van het erve Wolbertinc is nog in handen van Gerlich Nijehues. Via de rigter te 01denzaal, Ludiken ten Torne, deelt Gerlich Nijehues ook namens zijn vrouw en hun zoon mede, dat hij het vrij edel eigen erve Wolbertinc verkoopt aan de Raadluden en Provisoren van het Heilige Geest te oldenzaal, ten behoeve van de armen. Het is aan te nemen dat bÍj deze helft van het erve ook de gebouwen hoorden, of tenminste het hoofdhuis.

Deze instelling van weldadigheid speelt bijna 400 jaar lang een belangrijke rol in de geschiedenis van het erve Wolbert en daarom is het van belang hierover meer te verte11en.

In de Middeleeuwen was er naast de welvaart ook schrijnende armoede en werden er talrijke instellingen opgericht ten behoeve van de arme mensen. Alleen in OldenzaaI waren 5 van deze instellingen, de bekendste was het Heilige Geest Gasthuis, waarvan de eerste giftbrief dateert uit I35I. Het bestond o.a. uit een vicarie, een kapel en een hospitaal. De inkomsten bestonden uit gelden, goederen, pachten, tienden en uitgangen van landerijen en gewassen, allen geschonken door milde gevers, ter ere Gods.

De uitgaven waren veelzijdig o.a. cndersteuning van armen en hulpbehoeftigen, maar ook de salarissen van onderwijzers, dominees en medische hulp. In 1725 is de Heilige Geest overgegaan in een Algemene Armenstaat onder supervisie van het stadsbestuur.

In de l8-de en 19-de eeuw kwam de Algemene Armenstaat dikwijls in financiëIe problemen en werden vele hypotheken afgesloten en bezittingen afgestoten.

De Algemene Armenstaat heeft nog gefunctioneerd tot ongeveer 1960 totdat de sociale voorzieningen van de grond kwamen. Aan het Heilige Geest Gasthuis herinnert afleen nog een straatnaam in 0ldenzaal.

Het erve WOLBERT is tot en met 1817 een bezit geweest van deze Algemene Armenstaat, voordien het H.Geest Gasthuis. Toch valt over deze periode e.e.a. te melden.

In 1441 schenkt Gerd van Linge puur om Godswil aan de H.Geest het recht van terugkoop van een jaarrente van 8 mud rogge, gaande uit het erve Wolbertinc, jaarlijks voor 100 gouden overlandse Rijnsche guJden.

In het schattingsregister van 1475, opgesteld in opdracht van Roelof van Beverfoorde, rentmeester te Twente voor de bisschop van Utrecht, wordt het erve WOLBERTING te Lemselo aangeslagen voor Lwee schilds en betaalt 3 golden Rijnsche gulden.

De hoogte van deze aanslaq gaf aan dat het erve Wolberting een gewaard erve was, d..w.z. dat het participeerde in de gemeenschappelijke markegronden. Eén schild was c.a. 60 groot, wat overeenkomt met onqeveer 30 stuiver.

Dit schattingsregister van 1475 is het meest volledige dokument uit de middeleeuwen dat er over de Twentse boeren bestaat.

Het verpondingsregister van 160I/1602, is wederom een beIastingaanslag, die steeds de bewoners gold. Het erve Wolbert vertoont een droevig beeld de 8O-jarige oorlog speelt op dat moment; veel erven waren verwoest en het land onbewerkt.

Het volgende wordt dan ook vermeld:

“Wolbert wort durch eene arme weduwe bewoont, heeft an niddelbaers landen-1 mudde, 1 schepel an lege waterige landen- 1 mudde, 1 schepel an olthorige landen- 3 mudde en 1 1/2 dachmeat gronlanden".

De mudde werd zowel voor inhouds als oppervlakte maat gebruikt.

1 mudde = 4 schepel = + 40 are = 0,4 ha.

0p 1 schepel kan men zaaien: 4 spint rogge of 2 spint haver(1 spint=+/- 9 liter)

0p 28-8-1646 wordt in een akte nog eens bevestigd dat erve W0LBERT in handen is van het H.Geest Gasthuis.

Geert Wolbertinc en Aelken zijn vrouw, de bewoners van het erve, doen erfwinning van het erve Wolbert voor een bedrag van f 120.- waarvoor zij een behoorlijke erfbrief zullen ontvangen. Dit hield in dat zij voor f 120.- hun leven lang op de boerderij mochten blijven wonen en daarvoor een bewijs kregen. (erfbrief)

In 1665 verkoopt Geert Wolbertinck nog een stuk grond ter grootte van 1 mudde voor Í 180.-. Hij ondertekende steeds de akten met zijn eigen merkteken, dat er a1s volgt uitziet:

In 1675 moet per hoofd,wonende op het erf, van het mannelijk geslacht en ouder dan 14 jaar, belasting worden betaald, het z.g. Hoofdgeld.

Wolbert werd aangeslagen voor twee personen.

Door de machthebbers in die tijd werden allerlei vormen van belastingaanslagen verzonnen om aan geld te komen, dit voor het voeren van de oorlogen en om de staatsschulden te voldoen. In dit kader past ook het vuursteden-regt dat betaald moest worden in 1683 en waarvoor Wolbert ook werd aangeslagen.

In de rekeningen van de H.Geest en later de Algemene Armenstaat, komt reeds vanaf 1713 voor dat een pacht. van het erve Wolbert te Lemselo 13 mud rogge moet opbrengen.

Tevens moet er ook nog een geldrente worden opgebracht van Í 20.- wegens een kapitaal van f 400.-In I12O krijgt het erve Wolbert wederom een belastingaanslag te verwerken, het z.g. Verpondingsregister van 1720/1722. Wolbert te Lemselo werd aanqeslagen voor f56.-, 4 stuivers en 14 penninqen sn behoorde bij de hoogst aangeslagen erven van de marke Lemselo, evenals de erven Hampsink, Boerrigter, Herickman, Benierink, Meatman Oinck, Lansink, Lambertman, Deterd, Hilbert, Derckman en Bruninck.

In 1739 komt de algemene Armenstaat in financiële problemen en wordt van Wolbert 2 obligaties voor een totaal van f 600.- verkocht.

In het jaar 1759 moet. er op het erve Wolbert reparatiewerkzaamheden worden verricht; in een opstel wordt een overzicht gegeven van de gebouwen waaruit het erve Wolbert bestond en die voor reparatie in aanmerking kwamen. Dit waren: Het Hoofdhuis, uit steen en hout.; een bakhuis met BentheimersLenen fundatie en een oud huis dat. nog als fundatie heeft: qrondhout op plaggen. Dit. oude huis kan 0ude Wolbert zijn geweest zoals op kaart A staat aangegeven;het was waarschijnlijk een 1ieftucht,Wönners of kloppen huuske. Door de burgemeester Palthe wordt goedkeuring verleend om de reparatie zo goedkoop mogelijk uit te voeren.

Bert Wolbert

Reacties