Verhaal

Het erve Tancke Hasselo

Auteur: 
Jo Niks 1977 en bewerkt door Bert Wolbert uit Oet de Boerschopn nr.96 Winter 2005

Het erve Tancke (Deurningerstr. oud H.132)

 

Ook nu weer een erf waarvan de oudste gegevens meer dan 1000 jaar oud

zijn. Het erve komt eveneens voor in het Hebe-register, de goederenlijst

van het Stift Werden a/d Ruhr, uit het jaar 966.

Het erve wordt in dat register met de oud Germaanse naam Uuendilger, is

Wendilger vemoemd. In 1381-'83 komen we onder de Borchmannen van

Diepenheim, Johan Dalsche tegen die Tankinck ghelegen in de Kerspel

van Áldenzale in den buerscap van Hasselt tot enen borchleen hout.

ln 1475 betaald het erf Tancking 2 schild (-3 golden rijnlandse guldurs)

aan de bisschop van Utrecht. In 1601 ligt Tancke woest ende ledig en

behoort van den Saasfelt. ln het vuursteden-register van1675 heeft het

huis een schoorsteen en is " ten Caete" eigenaar.

 

 

Noodgericht

 

Op 5 october 1722 wordt er op verzoek van Elferman, deze is goetheer

van het erve Tanckink, een noodgericht gehouden. De heer Elferman en

de bouwman van het erve Tanckink hebben een geschil met de

bouwmannen Engberinck en Egberinck over het maaien van plaggen door

laatstgenoemden van grond van de aanklager.

Het rapport van de richter vermeldt: dat de plaggen, soo van de borwman

van het erve Tankinck en desselfs goetheer Elferman langs de Rovenkamp

sijn gemaeyt en de door Engberinck en Egherinck sijn weggenomen op

voorgeven dot aldewijl haere landerien met d'eindens aan de weg tegens

over de Rovenkamp schieten, sij oock beregtigt zouden wesen, dat de

grond soo langes de Rovenkamp is gelegen te mogen beplaggen en dat zij

de grond waarop de plaggen sijn gemaet is liggende aen de sijde van de

weg naest dat niemand bevoeget is plaggen, schadden of turf te steecken

tegen iemants land of hof ten waere hij vijf roeden daer van bleve. En zo

oordele de richter Fockinck, dat Engberinck en Egberinck de langs de

Rovenkamp teeggenoemen plaggen moeten restitueren ende te leggen op

die plaatse, alwaar sij deselve hebben vandaan genomen.

 

Verkoop van een zesde part

Op l8 mei 1829 biedt Bernardus Elfrink, uit de stad Ootmarsum, zijn

zesde gedeelte van het erve Tanke aan de bewoner van dit erf, Jannes

Kolkhuis, te koop aan. Het erfbezit naast een huis op het erf ook een

wonershuis en twintig percelen grond.

Het zijn de percelen met de volgende veldnamen:

de Reuvekamp, de Malandsche Bree, het Lage Maland, het Vrijstuk, de

Krukke, het Kerkenstuk, het Weversstuk, de Wienkamp, het Lange Stuk,

het Arendstuk, de Veerschíppenij, de Bekke Bree, het Sier Stuk, het

Heerstuk de Baken, de Molenkamp, de Huisstede, de Molemate, de

Beurentelg en een stuk groengrond de Koekkoek.

De koop en verkoop is geschied voor de somma van tweehonderd

guldens, Nederlandsch courant.

In 1837 is er wederom een verkoping, dan worden Gerrit en Gerrit Jan

Groote Punt, wonende in de Lutte, de eigenaren. Het erf bezit dan 31

percelen grond, die nu met kadastrale nummers worden aangeduid, de

veldnamen worden niet meer genoemd.

Van de eerste kadasterkaart

Op de eerste kadasterkaart van 1827 van de Marke Hasselo komen drie

huizen voor waar een familie Tanke woont. In een dubbel woonhuis met

nummer 651 in het register en dat de naam heeft van Josink-boer, woonde

in 1945 L.G. Kolkhuis-Tanke met huisnummer Hl18.

Met kadasternummer 740 wordt het huis Leusgoarn, ook Wessels Bernard

aangeduid. ln 1945 woont er de Wed. G.M. Tank-Engberink en heeft het

huis het nummer Hl8.

Kadastraal nummer 740 is het oude erf Tanke, in 1945 met huisnummer

H132. Het heeft sedert 1827 als hoofdbewoners gekend:

- Johannes Tanke, geh. Met Hendrika Sogtoen

- Lucas Tanke, geh. Met Maria Reestman.

- Joannes Tanke, geh. Met Johanna Game.

- De zoon Johannes Lucas uit dit huwelijk is de laatste

hoofdbewoner van het eeuwenoude erve Tanke.

Het erf heeft in 1980 plaats moeten maken voor de nieuwbouw op de

Hasseler Es en de boerderij is een burgerwoonhuis geworden.

 

Jo Niks, 1977

bewerking: Bert Wolbert

Reacties

Onderdeel van het thema: