Verhaal

Het erve Engberink in Hasselo

Auteur: 
Annie Kamphuis-Aarninkhof uit Oet de Boerschopn nr.95 zomer 2005

Het erve Engberink en ziin bewoners

Het leek me interessant de informatie van de heer Niks uit 1977 over het erve Engberink in Hasselo aan te vullen met nu bekende gegevens. "De Kroniek Engelbertink" van Hennie Engelbertink uit Rossum heeft mij in veel gevallen op het spoor gezet voor eigen onderzoek naar de familiegeschiedenis van mijn grootmoeder Johanna Sogtoen – Engberink. Zowel bij Niks als bij Engelbertink lezen we dat het erf Engberink heel oud is. Zeker is dat er vanaf ongeveer 1600 Engberinks gewoond hebben en dat deze familie het stokje heeft doorgegeven via zowel mannelijke als vrouwelijke erfopvolgers. De mannen die bij Engberink introuwden, leverden binnen de kortste keren hun naam in voor die van Engberink. In 1902 was dat niet meer toegestaan en de echtgenoot van Johanna Engberink gaf toen aan de familie de naam Sogtoen. De Engberinks waren ook al heel vroeg eigenaars van het erf. Vanaf welk moment is mij nog niet precies duidelijk. Juist dat eigendom bracht het voortbestaan van het erve enkele keren in gevaar. Probleem: wie erft wat en hoeveel? Maar daarover later.

Sieverts op het erf

In dit artikel wil ik eerst nader ingaan op de mensen die dit erf in stand gehouden hebben, te beginnen bij Joannes (Jan) Engberink, in 1727 getrouwd met Hermina (Hermke) van het Broenink. Het echtpaar kreeg zes kinderen waarvan twee meisjes belangrijk waren voor het erf: Fenne Engberink, waarschijnlijk de oudste dochter, trouwde in 1752 met Joannes Sievert uit Hasselo die al snel als Joannes Engberink door het leven ging. Dit echtpaar vestigde zich op het Engberink om het erf voort te zetten, maar zij kregen geen kinderen. Wat nu ? De zuster van Fenne, Janna, was in 1755 getrouwd met Rudolf Sievert, een broer van Fenne's echtgenoot. Dit echtpaar woonde op Sievert. Hun oudste zoon Bernardus Sievert werd door Fenne en Joannes in een testament uit 1779 aangewezen als de nieuwe boer op Engberink. Er moest echter toch geld op tafel komen. Bemardus kocht in1787 het erf voor 2300 gulden en daarmee werd voor de tweede keer een Sievert een Engberink.

Een huwelijksketen

Genoemde Bernardus Engberink (Sievert) was in 1786 getrouwd met Gisberta ter Beek uit Klein Driene en dit huwelijk werd het begin van een soort huwelijksketen met vier schakels. Bemardus en Gisberta krijgen in 1789 een dochter Johanna Engberink die later, in 1812, zou huwen met Joannes Aarninkhof van het erve Aarninkhof in Hasselo. Dit huwelijk blijkt verregaande consequenties te hebben voor het voortbestaan van Engberink. Gisberta ter Beek sterft en Bernardus hertrouwt met Johanna Reimerink uit Hasselo. Uit dit tweede huwelijk worden Gesina, Gertrudis en Joannes geboren. Rond 1806 overlijdt Bernardus en Johanna Reimerink trouwt opnieuw met Joannes oude Nijhuis uit Hasselo, die vervolgens ook Joannes Engberink gaat heten! Dit was dus huwelijk drie. Er wordt een kind Bemardus geboren.

Dan sterft Johanna Reimerink, maar uitgetrouwd is men op Engberink allerminst. Joannes oude Nijhuis Engberink huwt, 48 jaar oud, in 1821, met de 24-jange Janna Aaminkhof, de jongste zuster van de Joannes Aarninkhof die met Johanna Engberink uit het eerste huwelijk was getrouwd. Dit is dan huwelijk vier. Het nieuwe paar krijgt twaalf kinderen en vertrekt tenslotte van het Engberink naar het Olde Engberink, vermoedelijk omdat het huwelijk van de erfopvolger, de Joannes uit het huwelijk van Bemardus Engberink en Johanna Reimerink, aanstaande is.

Van Engberinks naar Sogtoens

Laatstgenoemde Joannes, trouwde in 1841 met Geertruida Grimberg uit Klein Driene. Geboren werden zes kinderen. De oudste zoon, weer Bernardus geheten, werd erfopvolger en trad in 1876 in het huwelijk met Gesina Veldhuis uit Hertme. De jongste zoon, Joannes, werd priester en vertrok in 1889 als missionaris naar de V.S./New Orleans. Het echtpaar Bernardus Engberink/ Gesina Veldhuis kreeg slechts twee kinderen. Johanna geb. 1878 en Gerhardus Joannes, geb. 1881 . Deze laatste overleed in 1896, 15 jaar oud. Hij had het erf van zijn vader zullen overnemen. Toen kwam Johanna in moeilijkheden, want haar vader zag haar voorgenomen huwelijk met Gerrit Jan Sogtoen uit Gammelke, onderwijzer in Hasselo, niet langer zitten. Er moest een boer getrouwd worden. Johanna bleef bij haar keuze en trouwde in 1902 toch haar onderwijzer, weliswaar met toestemming van haar moeder, maar zonder die van haar vader. Diens plaats bij het huwelijk werd ingenomen door dienaren van het gerecht in Almelo. Gerrit Jan en Johanna gingen wonen in Hengelo, daar werden acht kinderen geboren, twee ervan stierven heel jong. De contacten met vader Bernardus Engberink (Eèmk Benaats) verliepen moeizaam. Bernardus Engberink kwam echter op het eind van zijn leven - zijn vrouw was al in 1910 overleden - in de problemen met de bedrijfsvoering. Hij kon geen leiding meer geven aan de meiden en knechten die het werk moesten doen op de boerderij. Langzamerhand stond hij zijn dochter en haar man toe zich met het bedrijf te bemoeien. Uiteindelijk hadden zij een zoon Gerard die wel boer wilde worden! Zou dit Bernardus gunstig gestemd hebben? Hij staat in ieder geval nog met zijn kleinzoon op de foto. Het gezin van Johanna Engberink keerde echter pas in 1922, na de dood van Bernardus, definitief van Hengelo naar Hasselo terug en daarmee deden Sogtoens hun intrede op het erve. Het boerenhuis in Hasselo was groot, maar nog een los hoes: erg koud's winters en slapen in de bedstee met muizen in het stro. Bij de dood van Bernardus stond het bedrijf er slecht voor, maar Gerrit Jan Sogtoen, die zijn boerenafkomst niet verloochende, en zijn vrouw zorgden ervoor dat het bedrijf weer opbloeide. Toen de oude boerderij diende te worden opgeknapt, durfden ze zelfs te kiezen voor nieuwbouw, die in 1925 gereed kwam, maar geen Twents aanzien meer had.

De laatste bewoners van "Engberink"

De nieuwe boerderij, meestal Sogtoen genoemd, rekende af met alle ongemakken van het losse hoes. Het was er comfortabel wonen. Toen Gerard Sogtoen na verloop van tijd trouwplannen maakte met Truus Zanderink uit de Lutte, bouwden zijn ouders aan de overkant van de straatweg een burgerwoonhuis, een soort moderne lijftucht. Drie dochters - de oudste was inmiddels getrouwd - en de jongste zoon gingen mee. Gerard en Truus trouwden op 17 augustus 1937 en boerden verder op het oude erf vanuit de nieuwe behuizing. Het echtpaar kreeg vier kinderen, onder wie één zoon, Gerrit Sogtoen, die erg veel voor het boerenvak voelde.

Gerrit trouwde op 11 oktober l968 met Lidie Scholten uit Deurningen. Hij volgde zijn vader op, maar niet nadat er ook voor zijn ouders een lijftucht gebouwd was in de vorm van een bungalow, vlak achter het huis van zijn grootmoeder en tantes. De bungalow staat op de plek van het Olde Engberink, ooit de karakteristieke Twentse wönner van Engberink. Nog één keer werden er nazaten van "Engberink" op het erf geboren. Gerrit en Lidie kregen twee dochters en één zoon, Marco. Uiteindelijk moest het eeuwenoude Engberink toch plaats maken voor een woonwijk. Het erve had veel stormen doorstaan, maar de "Hengeler wind" bleek ongekend krachtig en Gerrit Sogtoen moest in december 1978 zijn bedrijf verplaatsen naar de Schalmedenweg 16, op de grens van Hengelo en Deurningen in de richting Hertme. In een volgende artikel kunt u lezen over de erfeniskwestie die het erf heeft bedreigd en die ik wil ondersteunen met gegevens en kaarten uit het binnenkort te verschijnen kadasterboek van Borne/Weerselo.

 

Enschede, mei 2005 Annie Kamphuis - Aarninkhof

Reacties

Onderdeel van het thema: