Verhaal

Het erve Egberting (Egberink) in de marke Hasselo

Auteur: 
Jo NIks (1977) met bewerking van Bert Wolbert in Oet de Boerschopn nr.95 Herfts 2005

Marke Hasselo

 

Het erve Egberting (Egberink)

 

Dit erf heeft woeger gelegen achter het toenmalige café restaurant Nijhof

aan de Deurningerstraat 302 en van daar uit zijn vele farnilies rnet de

naam Egberink verspreid.

De oudste gegevens van dit erf komen we tegen in het oorspronkelijk

charter in het huis Darfeld i. WF. (Archief Asbeck) We lezen hier:

1376 november 7 Des neesten Vrijedaghes na Álle Godes hillighen dagh.

Otto van Welevelde Berndssoen en ziin zoon Gerd verkopen aan Johan

van Bevervoarde een rente van 4 mud wínterrogge Zwolse maat, uit hun

erf Ecbertingh, gelegen in de buurschap Hassle (Hasselo) en het kerspel

Áldenzele; de rente moet jaarlijks tussen Martini en middewinter te

Áldenzale of Álmele worden betaald.

Regest: inventare Westfalen 1 blz. 89 (305) No. 41'

Aantekening: Behalve Otto en Gerd van Welevelde zegelen Godiken van

Woelde Peterssoen, richter van Oldenzaal en Hinrik tor Steghen, richter

van Ootmarsum.

In het schattingsregister van Twente van 1475 en uit de latere registers,

blijk dat het erf verschiilende eigenaren gekend heeft. De volkstelling

van 1748 geeft aan dat op het erf wonen Jan Egberink met zijn wouw

Fenne, zoon Roelof die ouder ís dan l0 jaar en de meid Janna.

De volkstelling van 1795 geeft aan dat Gerrit er woont met 7 personen.

 

Noodgericht

Op de plaats Egberink in Hasselo wordt op 13 juli 1803 een noodgericht

gehouden. Gerrit Jan Egberink en zijn huisvrouw Gesina Gosselink

hebben dan een grote schuld aan de heer J.M. Nieuwenhuis.

Zij worden in rechten aangesproken en doen verwin aan de heer

Nieuwenhuis van al hun roerende, onroerende goederen, vee en

zaadgewassen. Het vrijwillig verwin heeft tot gevolg dat op vrijdag 20 juli

1804 in de morgen om 9 uur gerechtelijk zullen worden verkocht alle

geïnventariseerde goederen, vee en zaadgewassen. Op deze koopdag werd

het beste paard verkocht voor 42 gulden. En met het paard werden nog 85

andere goederen verkocht voor een totaal bedrag van 852 gulden en I

stuiver. Deze veiling vond plaats tegen guldens met een waarde van 21

stuiver en 4 penningen per stuk.

Ruim een jaar later op 13 november 1805 maakf de notaris een inventaris

op van zijn gemaakte kosten en deze bedragen 65 gulden en 8 stuiver.

Ingevolge afgegane kerkespraak hebben zich nog een achttal personen

gemeld als mogelijke crediteuren van G.J.Egberink, waaronder G.J.

Bredelaar die voor 8 gulden groevenbier had geleverd voor de in juri l1803

overleden vrouw van G.J. Egberink. Jannes Lindeman heeft nog 22

gulden en 10 stuiver te goed over het jaar 1803 omdat hij als knecht heeft

gediend. De chirurgijn en vroedmeester krijgen nog 15 gulden en 3 stuiver

voor geleverde medicamenten aan zijn zieke en overleden wouw.

De eerste jaren na 1805 heeft het erf geen bewoning en ligt er verlaten bij

en op de inkwartieringslijst van 5 april 1806, wordt het erf niet vermeld.

op de oudste Kadasterkaart van 1829 wordt Johannes Aaminkhof de

eigenaar genoemd. Het is dan een dubbel woonhuis geworden. Aan de

oostkant wonen Mannes Egberink met zijn vrouw Maria Hillekamper err

aan de westkant Jan wiggers met zijn vrouw Aleida Egberink.

Op het eind van de negentiende eeuw heeft de familie Nijhof het erf in bezit

genomen en kennen we het nog als het café-restaurant Welgelegen aan de

Deurnigerstraat. Achter dit café-restaurant stond tot 1977 een oude

schuur die was omgebouwd tot duivenhok (zie tekening) en het was de

laatste herinnnering aan het oude erve Egberink.

 

Jo Niks, 1977

bewerking: Bert Wolbert

Reacties