Verhaal

Het erf Wegink Hasselo

Auteur: 
Jo Niks met bewerking van Bert Wolbert in Oet de Boerschopn Winter 2007 nr.104


Het erf Wegink (Hasselo) v/h/ Middenhoeksweg H334 Deurningen

Op 15 oktober 2007 heeft Annie Kamphuis-Aarninkhof voor de Heemkunde Verenigíng Weerselo een uitvoerige uiteenzetting gegeven over de 3 erven
Wegink, daar waar Jo Niks in onderstaand artikel uitgaat van een erf. Aansluiten zal Annie Kamphuis haar commentaar geven op dit stukje onderzoek van Niks en medio 2008 zullen van haar hand in dit boekje een of meerdere artikelen verschijnen over de erven Wegink.

Maar nu eerst de publicatie en mooie tekening van Niks uit 1977.

De oudste gegevens van dit erf die nu bekend zijn vinden we in het boek "Bijdragen geschiedenis Archidiaconaat en Aartspriesterschap"van pastoor
J.G. Geerdink. Hierin staat vermeld, dat Wedeginc in Haslo, aan Johannis Roden, curatie in Hengelo anno domini 1438 toebehoord. De bisschop
Davidt van Bourgondië in Utrecht laat in 1475 het erve Wedeghing aan schatting (belasting) 3 gouden Rijnlandse gulden betalen. In 1495 doet
Geetr ter Hamme, gezworen richter te Oldenzaal kond dat de eerzame man tot zaligheid zijner zíel, op de reguliere kanunniken van het convent te
Albergen heeft overgedragen een mud schone klare winterrogge jaarrente, Oldenzaalse maat, te betalen tussen elke St. Maarten en Kerstmis, uit zijn
erve en goed Wedegking, in de buurtschap Hasselo, onder het kerspel en gerigt Oldenzaal
Op 25 augustus 1637 maken Jan Wegink uit Hasselo en Greete zijn vrouw hun testament en leggen vast wat er met hun nalatenschap moet gebeuren
als zij komen te overlijden. Een nobele daad is dat aan de armen 5 schepel rogge wordt nagelaten bij hun overlijden.
In het begin van de 18" eeuw was het erve Wegink in het bezit van de katerstede Boshuis of Busscher . Deze katerstede moest 1 4 stuivers per j aar
betalen 'tot den uitgang of bloedtiende' aan het erf Weging, die dit weer moest voldoen aan het Clooster of Capittel van Oldenzaal. Wanneer de
katerstede Boshuis in 1152 Jan Rokkering als nieuwe bewoner krijgt wil deze de 14 stuivers niet betalen. Dit heeft tot gevolg dat er op 7 maart 1758,
na een gerechtelijk onderzoek door de verwalter richter G.W. Stork, het volgende bekend wordt gemaakt:
De gedaegde gehouden en verpligt is om aan den Aanlegger als Eigenaar van het erve Weging prompt op te leggen en te betaalen sijn aandeel in de
bloedtiende of uitgang van het erve Weging aan het Clooster of Capittel van oldenzaal, verschuldigt jaarlijks met veertien stuiver en wel sedert den
jaare 1752 tot 1757, incluis ter summa van vier guldens en 4 stuiver, waartoe den Gedaagde geconemneert wordt bij deesen als meede in de
kosten van het Decreet; worden de aan den Gedaagde hier omtrent sijn gesustineerde regt teegens den verkooper gereserveert. Aldus: Dalvo
Melioni / geadviseen binnen Oldenzaal.

Bloedtiende, wat is dat?
Een bewoner van een erfbehoorde aan de eigenaar van zijn erf, een tiende van zijn jaarlijkse opbrengsten te betalen. En tevens af te dragen van zijn
vee, de koeien, varkens en pluimvee, een tiende van de waarde van dat bezit.Deze laatste heffing wordt daarom de bloedtiende genoemd.

De bewoner van het Boshuis, die daarvoor maar 14 stuivers per jaar moeste betalen, had dus niet veel vee.
In 1745 is het erf wegink in tweeën gedeeld, in het voorste huis aan de weg woont nu Peter vosmer. Deze vosmer heeft geen erfwinning, maar geeft
jaarlijks aan pachtgeld 50 gulden en betaalt tevens de verpondingcontributie en sloptiende.
In 1780 woont kuiper Gerrit, of Gerrit wegink op de andere helft van het erf. Wanneer op 29 mei 1825 Bernardus wegink op het erve te Hasselo een
testament laat opstellen, stelt hij als zijn universele en enigste erfgenaam zijn stiefvader Jan Essink op Wegink aan. Hieruit blijkt dat er weer een
andere naamdrager op het erf is gekomen.
Brj de verkoping in 1834 van enige vrouwenkleren, waaronder zich echter geen zilver of goudwerk bevindt, is er weer een Wegink en wel Genit Jan
die als boer fungeert. De veiling geschiedt bij mondelinge inzet of opbod en derden slag, tegen guldens van honderd en tien centen. De verkoop van
rood baajen rokken, scholdoeken, halsdoeken en mutsen bracht in totaal 30,85 gulden op.
Op 3 september 1838 wordt het plaatsje wiegink gehuurd door Gerrit Jan Mettinkhof of Riekerink, medelandbouwer, wonende in dezelfde buurtschap. De boer Riekerink krijgt dan in huur: een woonhuis en een wonnerhuis en ongeveer 5 bunder 24 roeden en 65 ellen bouwland en
daarbij ook nog I bunder, 27 roeden en 84 ellen hooi en weiland. En dit alles voor de som van 60 gulden vrijgeld, zodatdehuurder tevens betalen
moet de belastingen van het gehuurde voor 17 gulden per jaar.

Aarninkhof op het erf Wegink
Wanneer Jannes Aarninkhof op 22 oktob er 1864 huwt met Hermina Lucas op Wienk en enige maanden later compareert aan notaris E.Wilmink
residerende te Borne, verklaart Jannes Aarninkhof bij acte van zijn zwager Gerrit Jan Luken of Wienk te hebben ontvangen de som van 300 gulden op
rekening van het aandeel zijner vrouw in de acte van testament van haren Gerrit Jan Luken of Wienk.
Jannes Aarninkhof brengt de naam Aarninkhof op het erf . Zrjn zoon Johannes huwt 23 juni 1897 met Johanna Kamphuis en met een tweede
huwelijk op 3l januari 1901 met Geziena Susanne Helthuis. Uit hun kinderrijk huwelijk wordt Gerhardus Antonius geboren op 22 februari
192l , de laatste boer op dit erf. Het erf moet in 1978 plaats maken voor burgerwoonhuizen. Gerard begint dan met zljn gezin een boerenbedrijf in
Denekamp.

Jo Niks, L977
bewerking: Bert Wolbert
 

Reacties

Onderdeel van het thema: