Verhaal

Gezagsdragers Weerselo-1

Gezagsdragers Weerselo - 1

Na het mooie verhaal van Henk Kollen in de vorige twee nummers van Oet de Boerschopn weten we al veel over het herstel van het politieapparaat vlak na de oorlog, maar van vóór die oorlog weten we veel minder, en mensen die er nog iets over zouden kunnen vertellen zijn er al bijna niet meer. Bij het artikel over het zwerverskerkhofje in het Dolland (Winter 2007, nr. 104) zijn we er al vier tegengekomen:
Rijksveldwachters Bekke en Ter Laak en gemeenteveldwachters Franke en Waaijerink. Franke woonde hier al, zijn vader Bernardus was ook reeds veldwachter, die in de kost was geweest bij de kinderloze weduwe Trienen in de Nijstad, nu Rosenssteeg. Hij maakte kennelijk zo’n goede indruk op haar dat ze de boerderij aan hem vermaakte. Het erf heet nog steeds ‘De Fraank’ in de volksmond. Willem Johannes Franke (de overgrootvader van de huidige hovenier Henk Hofstede) verkocht grond aan de gemeente voor de aanleg van het Dolland kerkhofje. Tijdens ons onderzoek naar de omstandigheden bij begrafenissen op dat kerkhofje is gebleken dat daarbij een zeker ceremonieel in acht werd genomen, in aanwezigheid van een agent. Dat hoorde dus ook tot hun taken. Van Bekke weten we dat hij in 1916 naar Weerselo kwam en hier werkte tot zijn pensioen in 1939. Hij was een indrukwekkende figuur, lang van stuk voor die tijd (1,81 m), en kon vlgs. kleinzoon Henk Bekke ontzettend hard lopen: in een vorige loopbaan als jachtopziener op het Lankheet (Haaksbergen) liep hij 12 km achter een stroper aan die uiteindelijk uitgeput in een sloot rolde! Hij woonde aan de Bisschopstraat, naast het Hoikinck, waar nu zijn kleinzoon nog woont. Van Waaijerink is bekend dat hij op het Stift woonde, in het z.g. Brouwershuis. En van Ter Laak tenslotte weten we dat hij na de oorlog groepscommandant in Weerselo werd in de rang van wachtmeester 1e klas.

Leden groep Weerselo na WO-II


Daarna kwamen Van Vliet, Haarman (wervingsambtenaar), Ekelschot, Snoek, Hovestad, Van der Heijden, Van Limbeek, Wolters en Bramer, tot 1993, toen de groep werd ondergebracht bij de Regiopolitie, afdeling DOW (Denekamp, Ootmarsum, Weerselo) met kantoor te Denekamp. Met een latere commandant uit Denekamp, de heer Harry Luiten, hebben we in de Weerselose Vrouwenraad nog te maken gehad in het kader van het project ‘Nul Promille’, om mensen bewust te maken van de gevaren van alcohol in het verkeer.
   Van de dochter van groepscommandant Van Vliet ontvingen wij, via Joke Scholten (van camping Mölman, waar die dochter nogal eens komt) een uitgebreid schrijven over het leven van het gezin aan de Abdijweg. Het is teveel om nu allemaal te gebruiken, ik citeer eruit wat voor dit artikel relevant is, maar het is interessant genoeg om later nog weer op terug te komen. Over haar vader valt te vermelden dat hij, na een baan bij de marechaussee in de Achterhoek, bij de politie kwam te werken in Vlaardingen. Omdat hij in de oorlog niet wilde werken onder een NSB commandant, werd hij voor straf overgeplaatst naar het plaatsje Eede in Zeeuws Vlaanderen. Via Dedemsvaart kwam hij in 1954 naar Weerselo. Hij was lid van de Algemene Politie Bond. Burgemeester Scholtens vond dat hij moest overstappen naar de Katholieke Bond, maar dat wilde hij niet. Recht door zee, vlgs. zijn dochter, én geliefd en gerespecteerd. Twee jaar later werd hij al overgeplaatst naar Almelo in de functie van districtscommandant.

Nog even terug naar de vooroorlogse dienders


In het verhaal over de politie Deurningen (Oet de Boerschopn nr. 130) komen we de namen tegen van resp. rijksveldwachters/jachtopzieners Tibbe en Koehorst, jachtopzieners Horsthuis en Franke, en later Lewijk, aan het begin van de 20e eeuw. Het ziet er naar uit dat dat toen een gecombineerde functie was, vooral ook omdat de naam Franke daarbij wordt genoemd, die - naar ik aanneem - dezelfde is als veldwachter Franke uit het Dollandverhaal (of zijn vader).

 

Het verdere personeel van de groep Weerselo


Ik noem ze in min of meer willekeurige volgorde: Heerink, Kollen, Leerkotte, Huuskes, Hager, Heskamp (standplaats Rossum), De Vries, Koster, Kuipers, Ter Keurs (vr.), Ter Horst, Zwiers, Wijering, Schippers (slechts kort, ging naar de recherche opleiding), Nijkamp, Eberhard, De Leeuw, Snieders (standplaats Saasveld), Van Tebberen, Molendijk (vr.), Veldkamp (standplaats Deurningen), Droppers (idem).
   In mijn straat, in 1982, woonden toen: Wim Wijering, Dinie ter Keurs, Johan ter Horst, Harry Zwiers, Geert Eberhard, René Nijkamp (om de hoek) en Hans Kollen (marechaussee). We zeiden hier wel eens tegen elkaar: “Er kan ons hier nooit iets overkomen!”.
   René Nijkamp liep een nekletsel op door een ongeval en kreeg een administratieve functie.


   Van twee andere agenten (Huuskes en Heskamp) die bij een ongeval op de hoek van de Noordergrensweg en de Enschedesestraat werden aangereden door iemand die uit de richting Enschede kwam met een veel te hoge snelheid, werd Huuskes zeer ernstig gewond doordat een accu achter uit de bus hem raakte, waardoor hij brandwonden opliep door zwavelzuur en arbeidsongeschikt raakte. Een poos later gebeurde er een dergelijk ongeval, weer kwam er iets naar voren geslingerd achter uit de bus. Toen zei burgemeester Schelberg: “Dit kan zo niet langer”, en hij gaf hoogstpersoonlijk opdracht aan garage Reinders om een hek aan te brengen in de bussen. Daarmee ging hij echter wel over de schreef, want het ging over de Rijkspolitie, waar hij geen zeggenschap over had. Het werd een geweldige rel, maar niettemin kregen iets later alle busjes van de Rijkspolitie een rek in de achterruimte….
   Maar nog even verder over de Weerselose agenten. Dinie ter Keurs en Johan ter Horst woonden samen, dit tot ongenoegen van hun chef Hovestad. Niet omdat het niet was toegestaan, maar omdat het niet goed paste bij zijn levensovertuiging. Het was trouwens ook nog niet zo algemeen gangbaar als tegenwoordig.
   Ik schreef over René Nijkamp in een administratieve functie. Er was al eerder zo iemand in Weerselo. Ik herinner me dat in het begin van de jaren van de buurtbus naar Borne (zo omstreeks begin 1980) ik ’s morgens altijd een man uit Borne meenam naar het politiebureau in Weerselo, die me vertelde dat hij bij de politie op het kantoor werkte. Een enigszins stille figuur. Hoor ik van Geert Eberhard dat hij zeer geestig was, en dat ze heel wat met hem afgelachen hebben…. Zo kun je je in een mens vergissen….

Verplichting om te wonen in de plaats van het politiebureau


Ongetrouwde of net overgeplaatste agenten moesten hier in de kost. Een bekende hospita was Mina Huzink-Asveld, van de kruidenierswinkel. Zij ‘voedde en huisvestte’ Dinie ter Keurs, Kuipers, Koster, Heskamp, Huuskes, en Geert Eberhard. En Lubbert van Tebberen was in de kost bij De Gelder, de uitbater van restaurant De Stiftschuur. Van Kollen hebben we geleerd dat vlak na de oorlog agenten in de kost waren bij de familie Bijen, naast manufacturenzaak Flinkers aan de Bisschopstraat.

Fennie Holter

Reacties

afbeelding van An Huitzing
Hallo Fennie Holter, Ik ben in verband met een familieonderzoek geïnteresseerd in Dinie ter Keurs die u noemt. Kan het zijn dat zij ongeveer in 1920 geboren was? Weet u wat er van haar geworden is?
afbeelding van HeemkundeWeerselo
Wilt u uw vraag sturen naar heemkundeweerselo@gmail.com?