Verhaal

Erve Tyert Hasselo

Auteur: 
Jo Niks (1977) met bewerking van Bert Wolbert uit Oet de Boerschopn nr.89 Lente 2004

Erve Tyert ( Deumingerstraat )  Hasselo

 

In het Schattingsregister van 1475 wordt vermeld dat Tyert in Hasselo 2 schild moet betalen aan de Bisshop Davidt van Bourgondien te Utrecht. De bewoner van het erf Tyert betaalt met 3 golden Rijnlandse guldens.

Uit het manuaal van de rentmeester van Twente uit het jaar 1539, waarin deze terugvalt op ean rekeningenboek van 1385, ten tijde van Florens van Wevelichove4 blijkt dat ten Thye in Hasselo in het jaar 1539 veel belastingen moet betalen

Spaans archief

In het zg.Spaans archief van omstreeks 1630 wordt vermeld " Dyt nabeschrevene synt der lande tobehorende Keyserlike Majesteits Erve genompt Thye Hasselo". Daarna volgen aan aantal met name aangeduide percelen gond waarop de meeste rogge verbouwd wordt, ook korenvelden en weilanden komen voor- Het erf heeft ene "waer" in de marke. Het erf heeft een hof met eikebomen en ook zijn er zeven of acht plekken bepoot met jonge "ekene bomen".

De lasten die op het erf liggen zijn als volgt beschreven:

Soe gaet weder uth dyt voerschreven erve de thyenden groff ende small ende behort upt huys toe Groeneouwe (Gronau). Noch gaet uth dyt erve twynthych stuver dat genompt wort koegelt ende voorgelt dat boert dye droste van Twente. Desie nabeschreven synt geboren op dyt Erve Item due man nu up dyt erve wont ys genompt Herman ende syt huysvrouwe Fenne ende hebben tsamen voor kynder eyner son ende dree dochters ende worden genoempt als volget: Ten eyrsten Everth, Grete Sweene Geeze. Noch íyt up dyt vorschreven rve geboren, dree knechte dye hoor broet verdenen ende worden.genompt als hyr nae volget:

- Ten eyrsten Johan desse wontyn Brabant-

- Dye ander ys genompt Henryck en wont ock yn Brabant.

- Dye derde ys genompt Luyken ende wont yn Vryeslanth.

 

Boete voor een te laat aangegeven huwelijk

Extract uit heï Register der Resolutien van de Gedeputeerden van de Staaten van Overyssel. Campen, den 23 July 1790.

Gezien de Huwelijksvoorwaarden van den Provincíalen Meyer Hendrik Tijard, of ten Thye, bruidegom met Geertruíd Reimerink, bruíd, getekend te Hasselo den 24 Februari 1789, alsmede het berigt op deselve van den verwalter Landrentmeester van Twenthe, H.J. Bos.j.s. na deliberatie goed gevonden deselve te approberen, gelijk geschied bij desen worden de contrahenten gecondemneerd in de boete van tien goud guldens, op het te Iaat aangeven der huwelijksen voorwaarden gestatueerd. En zal hier van bíj Extract deses aangemelde verwalter Land Rentmeester worden kennis gegeven, totdesselfs naricht, om deselve boete in te vorderen en zig daar mede te chargeeren in ontvangst zijner te doen rekening met allegatie deser resolutie. W.g. E.J. Eekhout.

In het archief van het landgericht Oldenzaal dat in het Rijksarchief te Zwolle aanwezig is, komen we op 20 juli 1796 voor het eerst een beschrijving van een stuk grond tegen van de Marke Hasselo, waarop aardappelen zijn verbouwd. Dan compàreert Jannes Kuipers uit Hasselo zeggende tegens heden alhier te hebben doen citeerden Hendrik Tyert uit Hasselo, teneinde van dezelven betaeling te erlangen wegens schaade, zo geciteerden koebeesten in des citants aardappelen gedaan hebben, ten somma van f 2,- en I0 stuiv., welke schaade voor Lansínk en Síevert is getaxeerd, verzoekende dat de geciteerde, hiertoe moge worden aan geëischt...

Tegen het einde van de achttiende eeuw wordt door de Gedeputeerden van de Staaten van Overijssel weer hout aan belanghebbende toegewezen.Wij lezen dan dat Tyard in Hasselo voor de reparatie van zijn huis 76 voet grondhout en voor een balk in de "Schoppe" 2 stammen mag kappen. Hieruit blijkt duidelijk dat men in die tijd nog voorzichtig omging met het houtbezit.

In de herfstmaand van het jaar 1810 koopt Hendrik Tyert de tienden en de uitgang van het erve Tyert van Ten Suithof en overige eigenaren voor de som van duizend en dertig gulden.In de dertigerjaren van de negentiende eeuw verkoopt de Nederlandse Staat zijn domeingoederen en de bewoners van die goederen komen het eerst in aanmerking voor aankoop. Ook het erf Tyert is een domeingoed en dit wordt op 24 augustus 1828 aan Geertruid Reimer, de weduwe van Hendrik Tyart, verkocht. Zij koopt het goed voor zich zelf en als moeder en voogdes van haar minderjarig kind Gerrit Jan Tyard, bij wijlen genoemde haren eheman in echte verwekt, en voor haar meerderjarige kinderen Hermannus Tyard, Roelof Tyard en Gesina Tyard" de laatste als echtgenote van Roelof Brunink en tevens aanwezig bij het passeren van de akte van koop. De landlieden wonen in de buurtschap Deurningen en in Hasselo, gem. Weerselo. De comparanten verklaarden tijdelijk 'Meyers of Bezitters' van erf en bouwrecht van het voormalige hofhorig Erve Tyard gelegen in de buurtschap Hasselo te zijn.

Daarna volgt er een opsomming waaruit het gehele goed bestaat, waarbij de percelen grond worden aangeduid met hun veldnamen. Het zijn: De nieuwe Gaarden, Hakkert of Hakte, den Eschkamp, de Bree of Grote Bree, Snee Bree, het Berken stukje het Borchstuk den Groten Bakurn, Lijftucht Gaarden, het Maatje bij de Schuur, de Mate bij het Huis, de Weidemate, het Haggront, bij de Kuiper en Elsbosje of Eggelpoel. De afkoop geschied voor de som van tweeduizend, een honderd zeventig guldens, zev antig cents. (F. 2170,7 0)

Op 1 augustus 1836 wordt de oudste zoon Hermannus Tyard de bezitter van het erf Tyard met al zijn goederen. Hermannus huwt in 1845 met Berendina Meijerink en zij kregen een zoon Jan Hendrik die de opvolgende erfgenaam wordt van zijn vaders bezit. Jan Hendrik huwt in 1887 met Janna Egberink en na haar vroegtijdig overlijden huwt Jan Hendrik op 23-5-1896 voor de tweede maal met Hermina Egbers. Uit dit laatse huwelijk zijn een aantal kinderen geboren.

Naweeën van een oude weg

Op 4 januari 1917 schrijft de weduwe van Jan Hendrik Tyert aan B &W te Weerselo de volgende brief:

Toen voor een 15-tal jaren een nieuwe weg werd aangelegd van Deurningen over Hasselo naar Hengelo langs het erve Tyert werd door haar echtgenoot J.H. Tyert, destijds wethouder dezer gemeente, kosteloos grond afgestaan voor een nieuwe weg. De afstand was kosteloos, doch dat ging onder de stille voorwaarde of stilzwijgende belofte, dat het kleine gedeelte oude weg, dat liggen bleef in eigendom zou overgaan aan J.H.Tyert, omdat Tyert veel meer grond had afgestaan voor den nieuwen weg.Genoemd perceeltje werd destijds daar ook bij het erve Tijert gevoegd. Nu lees ik in de courant dat genoemd perceeltje als perceel 6 groot 1 are,30 centiare zal worden verkocht. Ik neem daarom beleefd de vrijheid Ued.Achtb. te verzoeken dat perceel niet in koop te brengen doch kosteloos in eigendom te doen overgaan aan mij, in ruil voor de destijds verstrekte grond voor de nieuwe weg. De heeren Wethouder Groothuis en in het bijzonder de heer Severt, die destijds naar ik meen ook wethouder was, zullen zich hoogstwaarschijnlijk nog wel een en ander van het aanleggen van dien weg en afstand van grond herinneren.

Met de meeste Hoogachting, Wed. J.H. Tyert.

Jo Niks, 1977

bewerking: Bert Wolbert

Reacties

Onderdeel van het thema: