Verhaal

Erve Nijhuis, later Bos Hasselo

Auteur: 
Jo Niks (1977) met bewerking van Bert Wolbert uit Oet de Boerschopn nr.90 Zomer 2004

Erve Nijhuis, later Bos, Topweg 4 Hasselo

 

Wanneer we de volgorde van de boerderijen van de marke Hasselo in het schattingsregister van 1475 aanhouden, komen we nu bij boerderij of erve Nyenhus, eens een gewaard erve. Gegevens van dit erf van voor 1475 zijn (mij) nog niet bekend. In 1484 is het in bezit van Zweder van Overhagen. In 1531 is het bezit van van Lucia van Goor en in 1662 is Johan Henricus van Reede de eigenaar. Bijna honderd jaar later in 1761 kent het twee eigenaren, de weduwe van wijlen burgemeester Hendrick Steenbergen te Enschede en de Leutenant-Dannenbergh. Omstreeks 1650 zijn de bewoners van de boerderij Hendrik Nijhuis en Geese zijn wouw. In 1664 wonen er Berent met Greetien en in 1681 zijn dat Willem en Ale Tyert.

Op 26 maart 1760 laat Roelof Nijhuis in Hasselo met zijn vrouw Fenne Koops een testament maken. Zij verklaren het volgende:

Zij willen niet eerder uit deze wereld scheiden voor en aleer zij over haar tijdelijke goederen hadden gedisponeerd, wenshalve de gemelde Fenne Koops de mombaarschap aan haren lieven Eheman hebbende opgezeid en met Roelof Bruinink in desen als haaren verkoren en geadmitteerden mombaar geadsisteert, verklaarden zij beiden testateuren uit een vrije en onbedwongen wille zonder induitíe of misleidinge van iernand uit wederzijdse liefde en genegenheid d'eene den anderen te weten de eerst stervende de langstlevende, tot hun eenige en universeele Erfgenaam in alle hunne na te latene goederen, zo roerende als onroerende, geene van dien uitgezondert te institueren en nomineren gelijk zij malkander daar in nomineren en instueren kragten vermits dezen. Voorts stelt de Testatrice bij Titul van institutie haar moeder Geese Koops in de Legime portie of vijf gulden aan geld, en haar swarte schorte, het rijglíjf en swarte schorteldoek. Legaterende den Testator aan zijn broeder Hendrik Nijhuis ín Olde Mettinkhof zijn besten Rok camisol en Broek als mede een ducaat in gelde.

Na voorlezing wordt dit stuk als een testament codicil getekend.

Den 24 Mei 1761 heeft Nijhuis in Hasselo het volgende bekend gemaakt: Dat hij op Vrijdag den 8 May en nog eens Jannes ..... even aan deze kant Hengelo aan den dijk, in Nijhuis rnaate geweest is, en heeft elsken tot bonenstokken afgesneden en gedeelte weggedragen, hebbende Gerrit in Olde Nijhuis hem op daad betrapt en tegen hem gezeid, -Jannes dat moet gij niet cloen-, woarop hij weer antwoorde: -Gerrit dat raakt u niet, 't zijn uw dingen niet-, hebbende Gerrit in Olde Game hem horen snijden en gezien dat hij met eene stokke ís weggegaan, vervolgens agt dagen derna is hij er weer in geweest en dragt uitgehaalt zijnde hij bij Zyverts maat ontmoet door Jan Engberink, die hem zeide - Jannes die stokken hebt gij uit Nijhuis maate gehaald-, waarop hij antwoorde - neen maar hebbe die van de gerneente gehaald-.

 

Op 12 juni 1761 maakt Nijhuis uit Hasselo het volgende bekend:

Een vrouw uit het Gerigte Ensscheide vandaan, en bij hem in de kamer wonende, in de gepasseerde week van een onegt kind in de kraarn is bevallen. Den 16 Juny dito hiervan aan de Heer Drost kennis gegeven.

Op 18 februari 1763 heeft Nijhuis in Hasselo bekend gemaakt: dat de gepasseerde nagt hem uit het bakhuis 2 stukken gekookt natgaren van de schagten gestolen is.

 

Op 3 mei 1762 begint er een langdurig proces tussen de reeds genoemde Leutenant Dannenbergh en Berent Nijhuys te Hasselo. De Leutenant (luitenant) heeft Berent via het Gericht aangesproken voor 148 gulden,17 stuivers en 8 penningen sullende sijn restante pagt, sonder vooraf met malkander afgerekent te hebben of van de Pandeischer daartoe aangeeischt te síjn.

Berent Nijhuis heeft in het jaar l742 het huis op het erve Nijhuis gezet en daartoe grote kosten gemaakt. Deze Berent verzoekt de Leutenant de kostbare procedure te staken en met hem in onderling overleg de zaak te regelen. Op 14 september 1763 wordt er een onderzoek verricht van oude rekeningen. In mei 1764 worden in achtbare Gericht door Berent bewijsstukken vanaf 1726 tot en met 1761 getoond dat hij heeft betaald ter tafel gebracht. Er ontbreken echter stukken over de jaren 1740-1749.Als het Gericht op l2 juni 1765 over deze zaak een sententie (rechtelijke uitspraak) die 27 bladzijden groot is uitgeeft, wordt Berent Nijhuis verplicht de honderd acht en veertig Caroli guldens, zeventien stuivers en acht penningen aan den pandeysecher prornptelijk te betalen.

In de maand december van het jaar 1778 heeft Jan Camerling bij de Ridderschap van Overijssel het volgende verzoek ingediend:Sedert vier jaaren trekker der Tienden van het Erve Nijhuis in Hasseloo, voortdragende dat hij in plaats van de groove en smalle tienden uit het geheele erve te ontfangen, zo als de verpagtinge geschied, hem de srnalle of bloedtiende geheel word geweijgerd en in de groove tiende merkelijk minder word toegestaan, wordende van víer stukken bouwland alleen de 20ste gast genooten, waarom versogt bíj zijn gepagte regt gemaintineert te worden of remissie. In het versoek, so en in diervoegen alhíer gedaan is kan bij manquement van het volgens Placaat van Hun Edele Mogenheden van 6 April 1748 vereyschte bewijs diergedane verweygeringe niet worden getreeden en word derhalven afgeslagen zoo als geschíed in ende mits deesen.

Johanna Mettinkhof laat ten huize van landbouwer Nijhuis op 21 Februari 1842 in haar testament op nemen dat Bernardus Nijhuis haar enige en algemenen erfgenaam is.

Op 21 juli 1847 wordt het erf met daaronder behorende behuizingen verhuurd door de Heer Arend te Meulen (koopman) wonende te Gronau, voor de somma van 85 gulden per jaar aan Bernhard Nijhuis.

Op 31 juli 1878 koopt Hendrik Bos, landbouwer te Oele, de behuizing en al het aangetimmerde, eveneens 18 percelen grond van zljn zwager Bernardus Bos. Deze Bernardus had de bijnaam van 'Top-Naads' en was op 14 februari 1845 te Epe (Dl) geboren. Hoe hij aan de naam 'Top' is gekomen of waar hij hem mee vandaan heeft genomen is niet bekend. Naads is de verkorting van Bernardus en naar deze persoon is de huidige 'Topweg' genoemd. Meerdere jaren had men op de boerderij een 'vergunning' (met bordje op de muur ) en was café -'n Top'- een bekende plaats om een glaasje te drinken of er een feestje te houden. Jan Hendrik Bos was er 25 november 1878 met zijn gezin gaan wonen en kreeg de naam van 'Tops Jan'. Hij was getrouwd met Johanna Slaghekke en zij kregen 3 zoons;Hermannus, Jan en Gradus. Zoon Jan of Johannes huwt in 1908 met Geertruida Game en dit huwelijk krijgt 3 dochters,Geertrui, Johanna en Marie. Geertrui huwt met Jan Groot Rouwen en zij gaan wonen op het erf aan het begin van de Topweg.

Jo Niks,1977 bewerking Bert Wolbert

Reacties

Onderdeel van het thema: