Verhaal

Erve 'n Poedel in de Marke Hasselo

Auteur: 
Jo Niks (1977) bijgewerkt door Bert Wolbert uit Oet de Boerschopn nr.93 Lente 2005

Marke Hasselo: Erve ’n  Poedel

Voorheen Goberting-Gorbert, Roersweg H. 148.

 

In 1382 moet de pachter van het erf Goberting tienden betalen aan Willem

Beerlinc, waaruit blijkt dat we te doen hebben met een erf dat zes eeuwen

geleden al aanwezig was.

Wanneer het erf in 1602 zijn verponding (belasting) moet betalen zien we

dat het: 5.5 mudde geseys (gezaai) en twee dachmaet groenlandes to

meyen groot is en dat het toebehoort aan de Heer van Wildenborch den

Amptman daarvan, wonende to Borculo.

 

In datzelfde jaar moet er paardegeld betaald worden en bezit het erf

Garberink 3 paarden en 5 varkens. In 1626 betaalt Gerberink aan

sloptienden 4 mudde rogge en behoort het aan het huis Twickelo.

ln het jaar 1675 moet er schoorsteengeld betaald worden, dan is Gorbert

'pauper'. (arm)

De eigenaar van het erf is dan de edele Hend. Van Limborch, richter te

Delden. ln 1682 staat het huis 'ledig'.

De 16e Januari 1692 worden aan Jan Kemerink met zijn huisvrouw

Jenneken en haar erfgenamen 'onwederroepelijcke cessie' en overdracht

van het huis, goederen en stukken land van het erve Gorbertinck verleend.

De achtemaam van Jan Kemerink gaat dan over in de naam van het erf

Gorbert of Gerbers. De volkstelling van 1748 vermeldt dat W.Garbert

gehuwd is met Hermina en zij een dochter Janna hebben die ouder is dan

I 0 jaar.

Een bladzijde uit een gerichtsboek van 26 november 1766 deelt ons het

volgende mede: dat Gorbert met zijn zoon Jan bekend gemaakt heeft, dat

de laatste gisteravond ongeveer zes uur, van Borne komende tussen het

Olde Mossel en de Aa op de weg, door een persoon geattakeerd is,

zittende hij Jan Gorbert op het peerd, welke persoon hem verscheiden

maalen geslagen heeft totdat hij van 't peerd viel, waarna hij hem nog

deerlijk heeft geslagen, zodat het oog toe zit en 't bloed hem ten monde

uitkwam. (Dog alse er niemand bij was, kan dit niet direct bewesen

worden) maar weet gewonded wel, dat het Egberinks Knegt heeft gedaan

en dat hij bij de Aa bij 't andere volk komende, die voor Brookwillem holt

gevaren hebben na den Denneboom (herberg) hij zulks opentlijk zeide,

dat Egbwerinks knegt daarop stil sweeg en niet sprak, hebbende Berend

Koop het kermen wél gehoord en zoude Lansink soon voor de knegt

gevaren hebben, die er mogelijk iets van weet, ook zoude knegt 't huis

komende tegen Roelof en Gerrit Egberink zulks vertelt hebben en gezeid,

hij hadde Gorbers Jan afgegaddert dus die beiden hierover tot condschap

te trekken. Voorts Jan Gorbert gelast zig te laten verbinden en dat de

chirurgin daarvan attestatie moet geven.

Kunt u het nog volgen!

Het gerichtsboek laat ons verder in het ongewisse over de afloop van deze

zaak. Op 1 augustus 1773 huurt Jan Gorbert het hooimaatje 'den ondogt'.

Op 1 mei 1799 woont Johannes Lansink op Gerberink en desselfs

huisvrouw Geertruid Nijhuis. In het bankverpachtingsregister van 1858

van de R.K. Plechelmus kerk te Deurningen blijkt dat dan Gerrit Jan

Nijhof (geb. 6-l-1820 te Delden), gehuwd met Berendina Zonder uit

Borne enig eigenaar en bezitter is van het erve Gorbert. Dit huwelijk

krijgt zes kinderen. Hun zoon en erfopvolger Hermannus huwt 26-04-

1890 met Joanna Egberink. De oudste zoon (uit dit huwelijk) Gerardus,

die op het erf blijft, huwt Maria Hermina Welberg (geb. 2l-06-1896 te

Lonneker).

Van hun vier kinderen, wordt de oudste zoon Bernardus J. Geb. l8-03-

1927 de erfopvolger. Hij huwt 3 november 1955 Johanna Maria Theresia

Oude Rengerink. Deze Bernardus is de laatste hoofdbewoner van dit erf,

want zijn boerderij heeft in l98l plaats moeten maken voor het project

'Slangenbeek'. Boer Nijhof is naar Hardenberg verhuisd. Tijdens de

bewoning door de familie Nijhof is de erfgenaam Gorbert verandert in de

tot de laatste tijd bekende naam -'n Poedel-.

 

Jo Niks, 1977

bewerking: Bert Wolbert

Reacties

Onderdeel van het thema: