Verhaal

Erve Leusink Hasselo

Auteur: 
Jo Niks 1977 met bewerking van Bert Wolbert in Oet de Boerschopn nr.97 Lente 2006

Marke Hasselo: 
Het erve Leusink ( 1975 => Middelhoeksweg H130)

Dit is het derde erf van het drietal dat in de goederenlijst van het Stift Werden aan de Ruhr van omstreeks 950 voor komt. Dus ook een erf met
een ouderdom van meer dan duizend jaar. In die oude lijst komt het erf voor met de oud-GermÍumse nÍutm Radger. In de veertiende eeuw heet het erf Lucine en in de loop der volgende eeuwen wordt het Leusink. En zo is het gebleven.
In 1475 betaalt het erfLeutzing de schatting van 2 schild in 3 golden Rijnlandse guldens aan de bisschop Davidt van Bourgondië te Utrecht.
Het verpondingsregister van 1601 laat ons ziendat het erf 5 mudde geseys en 2 dach grasmeyers groot is en toe behoort aan de Westerholtse ter Coppele.
Op 3 juni 1648 zijn voor de Richter Adolph van Rensen verschenen Roloff Loesinck met Geerte Wolters sijn huysvrouw ende doen vertichenisse van seecker hoymate aan Gerrit Everts Muller tot Bome.
Op 16 juli 1724 sijn Bennt Loysinck met sijn huyswouw Egbertien Breuil bij de Richter en bekennen deugdelijkc schuldig te wesen aan Hendrick
Jansen Leyderinck van Hengelo een suivere summa van hondert en vijfftig Carolische guldens.

Noodgericht
In hetjaar 1755 gaat het slecht met het erve, dan heeft Egbert Loise vele schulden, waaronder verdient salaris en verschot. Er wordt op het erve een noodgericht gehouden dat een verkoping inhoudt met conditie en voorwaarden en waarvan artikel 3 luidt: Het verkogte zal dadelijk door de
koper mogen worden aangetast en daarom ook aanstonds tot haer gevaer zijn.
Compareert Procurator van Ingels deelt mede hoe dat Procurator
Hermen Bos als gevolmachtigde van Andries Vink en Anne Lois doorgaand recht heeft verkregen op de meubelen, vee en zaadgewassen
van Egbert Loise en vermits de selve op heden staen gedistraheert te worden uit de name van Procurator Á.Goossens qqa zo versoekt den
comparant, dat de penningen aen deze Edelen.Gerigte mogen worden betaelt ten einde dat ingevolge de wet over de pre en concurrentie worde
gedisparteert, en nae erhoudene sententie als dan sijn toe erkende deel ontfangen, met protest van kosten
. Tot de schuld-eisers behoren Gese
Vallenbroek, zij eist 5 gulden meidenloon, 6 ellen smaldoek, I el breeddoek, alles uit hetjaar 1754. Lubbert Lotgerink eist 5 gulden, 2
hemden en I linnenbroek en knechtenloon, ook uit 1754.

Een familieberaad
In een extract van 3l mei 1823 lezen we dat Mr. Lamb. Johs Ants Nieuwenlruis vrederegter van het kanton Oldenzaal een familieraad bij
elkaar roept om over een erfenis en schulden van Jan Egberink op Luisink te beraadslagen. Deze Jan Egberink is weduwnaar van Geertruid Wilthuis en heeft twee minderjarige kinderen Jannes en Maria. Van moeders zijde zijn aanwezig: Gerrit Wilthuis, Jan Wilthuis beide volle ooms, Jannes Olde Wiegink, neef der minderjarigen en landbouwer in de gemeente Weerselo. Van vaders kant, Antoni Egberink op Leerkotte, Hermanus Egberink op Grave, beide volle ooms en landbouwers in de gemeente Weerselo en Gerardus Morsel, aangehuwde oom en landbouwer te Borne.
Aan het einde van een lang beraad wordt besloten dat de gehele familie Jan Egberink zal helpen en het hem mogelijk zal maken dat hij zijn
schulden kan betalen. Uit bovenstaande blijkt dat de hoofdbewoner niet meer de naam van het erf draagt.
Op 23 mei 1846 heeft de notaris Engbert Wilmink uit Borne zich begeven naar het huis staande op het erve Leuse alwaar dan woonachtig is Gezina Bos, weduwe van Jan Egberink die op 17 january 1846 overleden is. Hierbij zijn Jan Kolkhuis en zijn vrouw Maria Egberink, dochter van de overledene uit een vorig huwelijk, en in weerwil van de gedane mondelinge uitnodiging weggebleven en aldaar niet verschenen. De
notaris komt de nalatenschap van de overledene beschrijven.

Het bankenverpachtingsregister der R.K Kerk Plechelmus te Deurningen van 1859 vermeldt dat het echtpaar Joannes Kolkhuis gehuwd met Maria Egberink, met twee zonen en drie dochters op erve Leuse wonen. In het belastingkohier van 1888 is de hoofidbewoner Vinke. De naam Vinke verandert in de jaren 1915-1920 door een nieuwe bewoner in J.G.Plecht.
Een zoon van de Plecht heeft het boerenhuis in dejaren zeventig in een burgerwoonhuis veranderd.

Jo Niks 1977
bewerking: Bert Wolbert

 

Reacties

Onderdeel van het thema: