Verhaal

Details over de vliegtuigcrash in Dulder 26 juni 1942

Auteur: 
Bert Wolbert uit Dit m:ot wie nich wier hebn (mei 1995)

In de inleiding is al uiteengezet wat de achtergrond was van de vlieg acties naar Duits grondgebied. Zoals vermeld was deze bommenwerper waarschijnlijk, gezien de tijd en vliegroute, op de terugweg naar zijn basis in Engeland en had geen kans gezien zijn bommenlast of een deel ervan af te werpen. De reden hiervoor zal altijd onbekend blijven. Uit rapporten blijkt dat het zicht slecht was en het zou dus goed mogelijk zijn dat deze machine zijn afwerpgebied niet had kunnen lokaliseren. Ondanks het slechte zicht werd er deze nacht grote schade toegebracht aan de Focke Wulf vliegtuigfabriek en delen van de stad Bremen.

Op de terugweg liep de vliegroute over Nederlands grondgebied en zo gebeurde het dat deze machine binnen een radarpost en de altijd alerte Duitse nachtjagers kwam. De Duitse jagers waren met een grote eenheid gelegerd op de vliegbasis Twente. Een van hen, met zijn snelle en wendbare
Messerschmitt 110, werd via de grondradar naar de traag vliegende bommenwerper geloodst en eenmaal binnen het bereik van de boordradar, waarvoor een tweede vlieger verantwoordelijk was, richting doel gestuurd. De Duitsers gebruikten hiervoor de sinds kort succesvolle -"hinten unten'- tactiek.
Dit kwam er op neer dat de aanvlieghoogte van de nachtjager lager lag dan de hoogte van het aan te vallen doel. De vlieghoogte van de vijand werd zo exact mogelijk vastgesteld aan de hand van de door de boordradar geleverde gegevens. Nadat er visueel contact was, manoeuvreerde de nachtjager zich in een positie ongeveer 50 meter onder de vijandelijke bommenwerper. Vervolgens werd de snelheid van de jager aangepast aan die van de prooi. Als alles goed verliep was de nachtjager nauwelijks kwetsbaar voor het vuur van de boordschutters. De nachtjager trok dan stijl op en kwam in een ideale positie onder de bommenwerper. Vervolgens werd deze in zijn volle lengte van onderen doorzeefd met kogels. Het gevolg was meestal dat de bommenwerper in brand
raakte en neerstortte.

Getuigenissen:

Johan Scheurink en zijn broer Harry zagen samen met hun vader de bommenwerper brandend neerkomen. Dhr. en mevr. In het Veld uit Saasveld meenden een explosie in de lucht te hebben gezien en het vliegtuig zou in twee delen zijn neergekomen. Ook dhr. J.E. Silderhuis was in die nacht toeschouwer, evenals vele andere bewoners uit Duider. Velen waren reeds buiten omdat het zeer onrustig was in het luchtruim.

Dhr. A.J. Kemerink op Schiphorst uit Hengelo gaf, na een oproep in 1982 in de media over meer informatie over deze crash, schriftelijk zijn reactie: "Nou weet ik niet of U aan mijn ooggetuigenverslag iets hebt, maar ik meen dat het toch het vertellen waard is. Ik ben geboren en getogen te Dulder, Saasveld, thans wonende te Hengelo (ov.) In die bewuste dagen van 25 op 26 juni 1942 was ik onderduiker in mijn eigen woonplaats. Die nacht liepen wij in het open veld. Mijn
vrienden en ik hebben het vliegtuig zien neerhalen in zoverre dat het met donderend geraas over ons heen kwam. Wij hebben het zien neergaan in een grote vuurzee met daarna een poosje later die explosie.
Vanwege de Duitsers durfden wij niet eerder dan bij daglicht via binnenwegen gaan kijken. Met mijn eerste blik op het gebeurde voelde ik mij misselijk worden. Ik was 19 jaar oud, maar voelde mij O zo klein. Honden liepen in de wei en tussen de rogge met stoffelijke resten in hun mond. En er hingen hier en daar stukken kleding met huid of wat het was in het prikkeldraad. Mensen waren bezig met rieken en vorken om de restanten bij elkaar te halen. Vreselijk om te zien. Dit was wel een van de verschrikkelijkste dingen die ik in die jaren heb gezien. Want als er een vliegtuig neerkwam in de buurt en dat gebeurde nog wel eens, dan was ik er, als het enigszins kon, als de kippen bij om als er overlevenden waren hun de weg te wijzen naar de uitwijkplaats, als het tenminste mogelijk was". De schrijver sluit af met:" Ik denk dat u niet veel aan mijn relaas heeft. Maar u moet het mij niet kwalijk nemen, het moest mij even van het hart".
Dhr. Kemerink op Schiphorst vertrok in 1945 naar Amerika, kwam in 1961 terug en nog steeds als hij de plek aan de Voortsweg passeert, komen die beelden weer bij hem op en moet hij even slikken.

De boordschutters van de bommenwerper bij Duider zullen nog hebben getracht enige weerstand te bieden en de piloot zal zeker een poging hebben gewaagd te ontkomen en toen dat niet mocht baten, een noodlanding te maken. Het is niet bekend of zij hebben gepoogd per parachute te ontkomen. Maar helaas, de gevolgen zijn bekend. Delen van de parachutes werden later nog door de bevolking gebruikt voor het maken van kleding.
Na het neerstorten begeven de jongens van Munsterhuis, die in hun woning op een afstand van zo'n 500 meter ruw uit hun slaap werden gewekt, zich naar de plek des onheils, maar het is door de vele brandbommen die overal verspreid liggen te gevaarlijk dichterbij te komen.
Zij houden zich schuil in de sloot langs de Voortsweg.

Jan Munsterhuis kan het nu nog navertellen alsof het op de dag van gisteren is gebeurd.
Ook vele andere buren gingen op weg naar de plek van het drama in een poging hulp te bieden of uit nieuwsgierigheid, maar allen werden door de vele ontploffende bommen en rondvliegende projectielen op een veilige afstand gehouden.

Jans Hofstede (Kips Jans) kon nadat de bommenwerper was neergestort en hij voor zich een enorme vuurzee zag alleen maar uitbrengen: " Loat wie bidn, zee bint allemoal dood".

Ook Jens Franke (Oamsman) ging met zijn zoons op pad maar durfde ook niet dichterbij te komen vanwege het explosiegevaar.
 

Reacties