Verhaal

De Mettinkhof (Hof te Hasselo) Marke Hasselo

Auteur: 
Jo Niks uit Oet de Boerschopn nr.75 winter 2000

Marke Hasselo

De Mettinkhof (Hof te Hasselo)

De naam Mettickhof was een eigen naam die al in 1188 voorkwam. In de "Overijsselsche Gedenkstukken" van Mr. J.W. Racer (1781) lezenwe in het hoofdstuk: "Register der Goederen en Inkomsten van de Graven van Dale van de jaren 1188", op blz. 262:

o "Item Curia Meckinchof VII molt felinginis VII molt ordei XVI molt avene VI porcos annales",

Het geen betekent dat de hoofdhof Mettinkhof:

* VII mud witte tarwe

* VII mud gerst

* XVI mud haver

* VI varkens van een jaar (jaarlijks te betalen zwijn)

moet betalen aan de Graaf van Diepenheim.

Het woord curia heeft hier de betekenis van hoofdhof en dat houdt in dat er onderhorige erven toebehoren. Bij de Mettinkhof worden als onderhorige erven genoemd Tanke, Engberink en Game. Door huwelijken van de nazaten van Hendrik Graaf van Diepenheim waren de bezittingen van het geslacht Diepenheim overgegaan in handen van Willem Heer van Boecstelle. (Boxtel) Deze verkocht in 1331 de heerlijkheid Diepenheim aan Jan Diest, Bisschop van Utrecht,

 

met namen, met dienstmannen, met eyghen luden, met gherechten,

met tienden, met ghifte van kerken, alse der kerken to Dyepenheim, enz.

met borchlenen, met borchmannen, enz.'

Door deze verkoop werd in 1331 de Mettinkhof een bisschoppelijk bezit. De bisschop van utrecht had de zorg van zijn bezittingen in Twente opgedragen aan hofmeyers en borchmannen en zo wordt o.a. Johan Dalsche in 1381/83 borchman to Diepenheim. Hij kijgt de Mettinkhof tot borchleen.

Dat de Mettinkhof tot de jaren 1500 een belangrijk erf was, getuigt ook Mr. G.A.J. van Engelen van der Veen in zijn Geschiedkundige Atlas van Nederland. (1924,blz.133, Hasselo) Oudtijds was het erfmarkerichterschap verbonden aan de Hof te Hasselo, gewoonlijk Mettinkhof genoemd, doch later werd de Markerichter gekozen.

De Markerichter

Wanneer we het jaar 804, het jaar van het verdrag van Selz als uitgangspunt nemen, dan is er voor de overwegende boerenbevolking in deze streken veel veranderd. De boer was voor deze tijd Koning op zijn erf; hij had alleen noaberplichten. Langzamerhand veranderde deze situatie.

Als de Marke onstaan is, moeten de gewaarde boeren (boer met meer dan 3.5 ha. grond) jaarlijks aan een holtink (vergadering) deelnemen – Deze holtink werd geleid door de markerichter. Op zo'n holtink werden afspraken gemaakt over hoeveel turf er gestoken en hoeveel eikebomen er gehakt mochten worden. Ook werd er afgesproken waar de jonge telgen (jonge eiken) gepoot moesten worden. Ook kwamen er onderwerpen in behandeling waar aan recht gedaan moest worden en dan was het de taak van de markerichter om de hier uitgesproken vonnissen te doen uitvoeren. De boer van de Mettinkhof was vele jaren demarkerichter van de Marke Hasselo.

 

Ín 1724 lezen we onder aan een leenbrief:

Zijn merk met eigen hand getrokken als Boerrichter 11-7-1724

 

De Mettinkhof is tot 1557 een borchleen geweest van Diepenheim. In 1602 is dat van Gerardt van Bellinckhof to Almelo. In 1675 is de eigenaar Middachten, In 1688 is de Mettinkhof uit het leenverband en is waarschijnlijk de boer eigenaar geworden.

Wanneer in 1806 de Mettinkhof slechts 2 soldaten ingekwartierd kijgt en uit een vergelijking van inkwartiering bij andere erven blijkt dat dit miniem is, kunnen we stellen dat de Mettinkhof zijn belangrijkste tijd heeft gehad.

Tenslotte nog een overzicht van de laatste bewoners, die op de Mettinkhof gewoond hebben: (situatie tot ca 1980)

Gerrit Jan Mettinkhof gehuwd met Janna Holtkamp

* 4- 7-1808                                      * 19- 9-1808

+26-3-t871                                       +14-1-1871

Hendrika Mettink gehuwd met Gerrit Jan Tankhof

* 5- 7-1845                               * 30- 9-1836

+ 15- 4-1913                             + 15- 9-1887

Gerrit Jan Tanke gehuwd met Hermina Fr. Oude Frerink

* 15-2-1872                             * 2-12-1876

+ 25- 3-1914                           + 2- 6-1934

Bernardus Hendrikus Tanke

* 14- 1- 1908

Jo Niks.

Reacties

Onderdeel van het thema: