Verhaal

De lindebomen bij de voormalige Hasselose school

Auteur: 
G.J.Welberg uit Oet de Boerschopn nr.90 zomer 2004

Waarschijnlijk zit het beeld van deze bomengroep bij veel lezers van 'Oet de Boerschopn' nog goed in het geheugen. Vanuit vele richtingen vormde deze machtige bomengroep een duidelijk herkenbaar baken. Als deze bomen in je blikveld kwamen wist je weer hoever je nog te gaan had voordat je weer thuis was na een zondagse fietstocht. Generaties kinderen uit Hasselo maar ook uit Klein Driene hebben hun schoolgang onder de schaduw van deze bomen afgewisseld met hun spelletjes en stoeipartijtjes. Centraal en op het hoogste punt van de Hasselose es hebben ze waarschijnlijk meer dan honderd jaar staan te pronken.

De groep bestond uit vier lindebomen en waren de hoogste en mooiste van Overijssel. Ze zijn eigendom geweest van de stichting Het Overijssels Landschap. Helaas waren de kruinen door inwateren verrot en vormden zij een gevaar voor de schoolkinderen. Op 17 januari 1964 zijn ze daarom 'voor de bijl' gegaan. Al luidt het gezegde 'boompje groot plantertje dood' kan door overlevering hun ouderdom, zelfs nu het dit jaar precies 40 jaar is geleden dat ze gekapt zijn, nog bij benadering bepaald worden. Bovendien is de planter van deze bomengroep nog bekend.

Het is het verhaal dat binnen de familie gedurende enkele generaties aan elkaar is doorverteld. Het is mijn grootmoeder Maria Antonia Borgman geweest (1860-1923) die nog les gehad heeft van haar grootvader Hermannes Borgman. Zij heeft aan haar kinderen dus ook aan mijn moeder, het verhaal verteld dat Hermannes Borgman, onderwijzer aan de Hasselose school van 1834 tot 1877 de planter is geweest van de bekende groep lindebomen. Het exacte jaar van het planten is niet meer bekend maar het zal ergens tussen 1834 en 1877 zijn geweest dat Herman de spade in de grond gestoken heeft om de lindentelgen een vaste plek te geven. Daarbij niet wetend dat, laten we zeggen * 150 jaar later, een afbeelding van deze bomen een prominente plaats zou krijgen op de omslag van ons heemkundeblad. Overigens zijn ze veel vaker door menig fotograaf vastgelegd en dikwijls zijn ze in boeken en tijdschriften als bijzonderheid afgebeeld.

In het algemeen is er van de planter meer te vertellen dan van de bomen zelf . Zo ook van deze Hermannes Borgman. In maart 1805 is hij geboren in Zwollekerspel als zoon van Cornelis Borgman-Willems en Fenne Willems. Op 16 jarige leeftijd was hij reeds kwekeling aan de school in Wythmen bij Zwolle. Op de gehouden examens van l8 juli 1821 tijdens de zomervergadering van de Commissie van Onderwijs van de provincie Overijssel werd Herman bevorderd tot schoolonderwijzer in de 4e  rang. Zo verkreeg hij bij dergelijke examens in 1823 en 1828 respectievelijk de 3e en 2e  rang van schoolonderwijzer.

Op 31 oktober 1823 is hij aangesteld als schoolmeester aan de markeschool van Klein Driene. Deze school stond in de nabijheid van het erf Zwavert. Het is mogelijk dat vanwege het lidmaatschap van de boer Genit Zwavert van de 'Plaatselijke commissie van toezigt over het schoolfonds' Herman Borgman onderdak heeft gevonden op het erf Zwavert. Een schoolmeester in die tijd was dikwijls een vraagbaak en raadgever voor velen in de boerschap. We zien Herman dan ook talloze keren als getuige bij het sluiten van huwelijken en als aangever ingeval van overlijden als het om markegenoten ging. Ook als de notaris in Klein Driene zaken moest doen tekende hij dikwijls als getuige de opgemaakte akte. Een belangrijk werk zal hij gedaan hebben door als lid van de 'Commissie tot verdeling der woeste gronden der marke Klein Driene' te fungeren. Deze akte van verdeling is getekend op het erf Zwavert waar Herman inmiddels op 29 mei 1829 was in getrouwd met Geertruid Zwavert, dochter van Gerrit Zwavert en Margareta Hollink.

In het jaar 1832 was de onderwijzerspost van de school in Hasselo vacant geworden en dat was voor de gemeenteraadvan Weerselo aanleiding te overwegen 'of de school of schoolonderwijzerspost met die van de aangrenzende boerschap Klein Driene niet op een gevoegelijke wijze zouden kunnen verenigd worden'. Terloops werd opgemerkt 'dat de buurschap Klein Driene slechts bestaat uit 35 woonhuizen, meestal kleine zoogenaamde kotters, en dus geen bestaan voor een schoolonderwijzer kan opleveren'. Bovendien was de straatweg van Hengelo naar Oldenzaal in 1827 reeds aangelegd zodat men van mening was dat een gedeelte van de kinderen best naar in het dorp Hengelo de school konden bezoeken mede gezien de geringe afstand (1250 meter). Met eenparigheid van stemmen is toen besloten de Gouverneur van Overijssel te verzoek 'het daarhenen te willen doen dirigeren dat de schoolonderwijzerspost van Hasselo en Klein Driene om voorgemelde redenen met elkander mochten worden verenigd'.

In 1833 werd de markeschool in Klein Driene opgeheven en meester Borgman zette zijn werk aan de Hasselose school voort als opvolger van meester Hendrik Slutken. In een brief van Borgman aan het gemeentebestuur van Weerselo laat hlj weten dat hij met meer dan honderd leerlingen volgens de wet van 1857 recht heeft op een hulponderwijzer. Hij heeft weliswaar een toeslag van25 gulden per jaar voor een kwekeling maar deze zijn voor dat bedrag niet bereid in Hasselo te komen werken, in Lonneker gaven ze honderd gulden. Hij moest zich daarom redden met een of enige van de grootste jongens die hem wat assistentie verleenden. Hij verzocht het gemeentebestuur 'voor zijn buitengewone moeite eene gratificatie toe te leggen van vijftig gulden'.

Afhankelijk van de tijd van het jaar zal de schooljeugd ook wel eens weg gebleven zijn i,v.m . de drukte op het boerenbedrijf. Borgman regelde in zo'n geval zelf de vakanties en stelde het gemeentebestuur daarvan schriftelijk op de hoogte. Hij eindigde zo'n mededeling met: 'Ik twijfel niet of het zal naar u genoegen zijn en verwacht geen ,antwoord'.

Het is nog doorverteld dat hij tijdens zijn dagelijkse gang vanuit Klein Driene naar de Hasselose school vergezeld werd door de kinderen uit deze marke die in Hasselo naar school gingen. Hij nam dan de gelegenheid te baat deze kinderen tijdens de wandeltocht alvast de waarheden van het geloof te overhoren.

Bij thuiskomst was het zijn gewoonte het erf te inspecteren en s'avonds was het zijn zorg of het landbouwgereedschap en de wagens wel droog opgeborgen waren.

Op 12 december 1878 is Herman Borgman op het erf Zwavert in Klein Driene overleden.

Reacties