Verhaal

De laatste "Boottrein" reed door de gemeente Weerselo deel 1

Auteur: 
Toon Blenke uit Oet de Boerschopn nr.47 herfst 1993

DE LAATSTE “BOOTTREIN” REED DOOR DE GEMEENTE WEERSELO

deel 1

 

Ja, wat is een boottrein? Dit begrip betekent dat de afvaart en aankomst van de passagIersboot aansluiten op aankomst en vertrek van een trein. Eerst werden het boot- en ook wel mailtreinen genoemd, later gewoon D-trelnen. De "D" betekende: "Doorgaande trein".Toen in de vorige eeuw in de jaren 1860-1890 de aanleg van de spoorlijnen toenam, werd de drang groter om Europa met Engeland te verbinden. In 1891, toen Hoek van Holland een spoorverbinding kreeg met Rotterdam, ging de "Great Eastern Railway" varen tussen Harwich en Hoek van Holfand. Men beperkte zich eerst tot een verbinding van drie keer per week.

De D-trein ging eerst tot Berlijn en Hamburg – splitsing te 0snabrijck - en kreeg de naam "Noordexpress". De trein vertrok uit Hoek van Holland en reed via Rotterdam-Delftse Poort (DP )-Utrecht-Amersfoort-Deventer-AImelo-Hengelo door de gemeente Weerselo naar Oldenzaal en verder naar Bentheim.

In 1893 maakten aI 25.000 passagiers gebruik van deze verbinding;de prijs van de boottocht van Harwich-Hoek van HoIland was f 19,--. Deze trein had alleen l-e en 2e klasse rijtuigen, dus geen 3e klasse, en de reistijd naar Berlijn was15 uur; thans 8 uur en 41 minuten. De afstand: 744 km.In 1895 kwam er een nieuwe dienstregeling de "Noordexpress" ging nu met een omweg over Amsterdam; van Rotterdam-DP-Den Haag-Voorschoten-Leiden-Warmond- PietGrijzenbrug-HaarIem-Amsterdam-Amersfoort enz. naar Berlijn. Dit duurde maar twee jaar; veel klachten over de vele tussenstops.

Intussen ging de Stoombootmaatschappij "Zeeland" ook varen vanuit Vlissingen op Engeland en pikte ook een graantje mee van het opkomende spoorvervoer. Zo ontstond een verbinding vanuit Vlissingen via Roosendaal-Den Bosch-Venlo-Keulen en later naar Frankfurt am Main en Vlissingen-Amsterdam.

0p I juni 1899 liep het mis met de boottrein van Amsterdam-Vlissingen;nadat in Roosendaal een remproef was genomen volgens voorschrift(thans nog), wiegerden de remmen bij binnenkomst te Vlissingen. Doordat het een kop-station is (einde lijn), ging de trein door het stootblok, en de locomotief belandde in de koffiekamer. Gevolg: 3 doden, waaronder de 18-jarige dochter van de Zwitserse gezant mej. Roth. Ze was onderweg van Berlijn via Amsterdam naar Londen.

Dit even terzijde. Nu terug naar het traject door de gem.WeerseIo. Omdat tijdens een lange reis de mens ook inwendig versterkt moet worden, speelde de D.S.G.(Deutsche Speisewagen Gesellschaft) handig hier op in en liet restauratierijtuigen meerijden in boot- of D-treinen vanuit Hoek van Holland en Berlijn en later naar Dresden-Leipzig-Praag en Stendal. Er liepen ook slaaprijtuigen mee in de "Noordexpress' en tevens postrijtuigen. Met het uitbreken van de Werelsoorlog 1 in 1914 kwam het bootverkeer tussen Hoek van Holland en Engeland stil te liggen. De D-treinen vertrokken nu vanuit Den Haag en Amsterdam, met als eindpunt Oldenzaal. Zíj, die - onder strenge voorwaarden - door wilden reizen naar Duitsland, moesten overstappen op een lokaaltrein 0ldenzaal-Bentheim. Deze reed drie maal per dag, heen en terug.

In 1919 kwam het bootverkeer weer op gang, maar ook een nieuwe verbinding. Vanuit Vlissingen liep een boottrein via Tilburg -' s Hertogenbosch-Arnhem-Zutphen-Hengelo-0ldenzaal- Bentheim-Osnabrück- Hamburg-Flensburg-Fredericia ( Denemarken )Afstand Vlissingen-Fredericia 912 km. Door overstappen in Fredericia kon men doorreizen naar Kopenhagen en overstappen op de veerboot naar Zweden. Omdat de spoorlijn Hengelo-Zutphen dubbelsporig is, waren op het station Markelo z.g.n. "inhaalsporen" aangelegd met een lengte van 800 m., want hier ontmoetten de treinen elkaar van 0ost-West.

In Hengelo werd de D-trein Amsterdam-Berlijn gekoppeld aan de trein Vlissingen-Fredericia; in Osnabrijck werd de trein weer gesplitst. De D-trein Amsterdam-Berlijn reed non-stop Amersfoort-Hengelo(111 km),de rit duurde 105 minuten, en omgekeerd 99 min. door het hoogteverschil. Ook in deze trein liepen postrijtuigen mee. Hermanus Aanrninkhof, geboren en woonachtig te Deurningen, en Jan Wigger en Gerhard Leusink waren jarenlang "brievenmoler"(postsorteerders) op deze treinen.Ook liet de inmíddels opgerichte(1916) organisatíe "Mitropa" restauratierijluigen en slaapwagons meelopen in deze treinen. In de hedendaagse internationale trein Berlijn-Schipho1 rijden nog dagelijks Mitropa-rijtuigen mee.

In de zomer van 1936 kwam door een remstoring de D-trein dicht bij ons huis tot stilstand; als kleine jongen van 8 jr. mocht ik van Hermanus Aarninkhof een kijkje nemen in het postrijtuig. Nog zie ík de lange tafels met daarachter de postzakken hangen met daarboven de wijdse namen "Berlijn-Dresden-Kopenhagen-Praag-Leipzig-Stetin " .

De treinen bestonden uit 1e en 2e klasse rijtuigen(dus wel duur). 0m meer reizigers aan te trekken werden in 1925 ook 3e klasse rijtuigen toegevoegd. Tot aan de Tweede Wereldoorlog groeíde het reizigersaanbod gestaag. In 1940 kwam bijna al het boot- en D-treinverkeer tot stilstand; alleen reed noq dagelijks één militaire trein Den Haag-Berlijn.

(wordt vervolgd)

Toon Blenke.

Reacties