Verhaal

De laatste boottrein door de gemeente Weerselo (2)

Auteur: 
Toon Blenke uit Oet de Boerschop nr.50 zomer 1994

DE LAATSTE “BOOTTREIN” DOOR GEMEENTE WEERSELO DEEL 2

 

Na de 2e wereldoorlog komt het boottreinverkeer weer op gang nadat in juni 1945 de spoorbrug bij Deventer was hersteld, zij het met noodvoorzieningen.Er kwamen militaire boottreinen in omloop waarmee Engelse verlofgangers uit Duitsland naar Hoek van Holland werden gebracht. Hameln of Hannover was het beginpunt. In Hameln moesten de soldaten zich verzamelen voor vertrek. Deze stad was trouwens inhet verleden al eens een verzamelpunt, echter toen bestond het peloton ratten. Het merkwaardige aan deze treinen was dat non-stop van Hameln of Hannover naar Hengelo werd gereden, waar de stoomloc voor een E-loc werd verwisseld. Met een korte dienststop te Utrecht CS (ca. 30 seconden) ging het regelrecht naar Hoek van Holland. De treinen hadden voorrang op het overige treinverkeer.

Uit genoemde plaatsen werden de treinen getrokken door de beste "trekpaarden" die Duitsland in die dagen op stal had staan. Het waren sneltreinlocornotieven met een gewicht van 177 .000 kg. en aandrijfwielen van 2.08 meter doorsnede. De hoogst haalbare snelheid was 130 krn. per uur, voorwaar geen slecht resultaat voor een stoomloc.

In de zomer van 1947 en 1948 kwamen er nog extra boottreinen bij. De tienduizenden Duitse krijgsgevangenen die in Canada in kampen hadden doorgebracht keerden weer huiswaarts. Zij keerden weer terug naar hun "Heimat", gezeten in Engelse en Zweedse rijtuigen, geleend door de NS vanwege het grote tekort aan materiaal. Deze treinen werden getrokken door Amerikaanse stoomlocomotieven die via Le Havre en Duinkerken aan land waren gezet.

Zo kon het gebeuren dat de treinen met Engelse verlofgangers en Duitse kriJgsgevangenen elkaar in de marke DeurnÍngen, Gem.Weerselo passseerden. “Het kan verkeren”, heeft eens Bredero gezegd.

De treinen met Duitse krijgsgevangenen, komende van Rotterdam of Amsterdam stopten te Bentheim, Rheine of Osnabruck, om vandaar naar het eindpunt Hannover te rijden. In 1947 en 1948 komt ook het andere boottreinverkeer op gang met als bestemming Kopenhagen en Goslar. De verbinding naar Kopenhagen ging via Osnabrtick, Hamburg, Lübeck met als eindstation Grobenbrode Kai, alwaar de rijtuigen op de veerboot naar Rödbyhavn gÍngen. De rijtuigen waren met kettingen vastgemaakt aan de vloer van de veerbok

In de 1969 kwam de "trekvogellinie" gereed. Het eiland Fehmarn kreeg een vaste oeververbinding door de bouw van een reusachtige brug over de Fehmarn-sund- Geschikt voor rail-wegverkeer had deze brug een vrije overspanning van 190 meter en een doorvaart hoogte van 50 meter, dit laatste i.v.m. doorvaart van zeeschepen. Tevens werd de spoorlijn doorgetrokken over het eiland naar de nieuw aangelegde veerboot Putgarden, om dan over te steken naar Rödbyhavn, afstand 35 km. Thans zorgen zo'n 5 veerboten voor de verbinding over water. In 1968 liepen de laatste treinen met Engelse verlofgangers naar Hoek van Holland, vanaf die tijd gingen zij per vliegtuig.

Doordat ik, schrijver dezes, zelf ook nog wel eens gebruik maakte van de trein, kwam ik via de stationschef van Hannover in het bezit van een"cabinen-laste", waarmee ik in de gelegenheid werd gesteld met de laatste verlofgangers (80O man) mee te reizen in de trein, getrokken door een reusachtige stoomloc, van Hannover naar Hengelo. Zo ging, nogal laat, een oude jongensdroom in vervulling. De stationschef van Hengelo keek vreemd op toen van ik de locomotief klom. Hij dacht met een verstekeling van doen te hebben, vroeg om het paspoort en keek vreemd op toen ik het geldige reisbewijs liet zien. "Hoe is het toch mogelijk”, zuchte hij.

In 1960 wordt de boottreinverbinding Hoek van Holland-Berlijn (west) doorgetrokken naar Warchau en verder naar Moskou. Dit gebeurde op aandringen van de reisorganisatie "Intertourist" Wat de doorverbinding naar Moskou betreft waren de meningen bij de directie van de Nederlandse Spoorwegen erg verdeeld, maar men ging toch overstag. In de zomerdienst van 1960 was het zover, 3 maal per week werd de lijn gereden. De andere dagen gingen rijtuigen van Osnabrtick-Keulen-Aken-Brussel naar Ostende; hier kon men overstappen op de veerboot naar Engeland.

In 1963 komt er een dagelijkse verbinding Moskou-Hoek van Holland (visa-versa). De rijtuigen uit Moskou werden vanwege een andere spoorbreedte in Brest (grensstation Polen-Rusland) op andere wielstellen gezet. Dit gebeurde in 8 rninuten zonder dat de passagiers hoefden uit te stappen. De Europese breedte bedraagt 1.43 m., de Russische rails liggen 1.52 m. uit elkaar.

Merkwaardig aan de ríjtuigen die meeliepen in de "Noord-West expresse" was dat treinpersoneel van Poolse, Duitse en Nederlandse spoorwegen de Russische wagons niet mochten betreden. Bij de Russische spoorwegen werden deze rijtuigen beschouwd als een stukje Rusland op wielen en suppoosten en agenten van de KGB controleerden dit.Er werd ook van alles mee gesmokkeld; sterke drank,rookwaren, etenswaren, kleding en zelfs autobanden. De douaneambtenaren konden en mochten niet controleren. Dat het een geheinzinnige zaak was blijkt uit het volgende voorval:Nadat de "Noord- West express" op maandagmorgen 27 december 1983 om 7.38 uur het station Oldenzaal had verlaten ging het in Schiedam ter hoogte van de Schiebrug om 10.25 uur mis. Hier reed de "Noord-West express" op het uiterst rechtse spoor en ging met een snelheid van 40 krn. (volgens voorschrift) door een wisselstraat naar het vierde linkse spoor,richting Hoek van Holland. Door een menselijke fout van de machinist van de stoptrein Leiden- Rotterdam, reed deze met een snelheid van 90 km/uur in de flank van de "Noord- West express", gevolg 3 doden en 32 gewonden. De locomotief kwam naast de rails te staan. Ook enkele rijtuigen ontspoorden, waaronder ook Russische. Voor de NS werd dit een klein drama: Het Spoorwegreglement vermeldt dat zích geen(gewonde of zieke) personen mogen bevinden in rijtuigen die worden opgevijzeld of opgetakeld. De Russische inzittende passagiers wilden echter met geen mogelijkheid hun rijtuig verlaten. Door tussenkomst van ambassadepersoneel uit Den Haag dat daar ter plaatse verscheen, lukte het uiteindelijk de passagiers uit de treinstellen te krijgen en zo hun "Russische enclave" voor kort te verlaten.

Nadat vele jaren boottreinen door de gemeente Weerselo zíjn geraasd, kwam op 22 mei 1993 de laatste Noord-West Express door ons gebied. Hij werd getrokken door een reusachtige diesellocomotief (6-assig), een verschijning op het railnet van de NS.

Hiermede werd een periode van vele jaren boottreinverkeer, niet alleen door de Gem. Weerselo, maar door geheel Nederland, afgesloten.

 

Toon Blenke

Bronnen

J.H. Blenke. overl.

G.J. Blenke.

tijdschrift: "0p de rails"

Reacties